1.3 Leges

Jaarstukken

3.1       Ontwikkelingen
In het Bestuursakkoord 2019-2023 ‘vernieuwen in vertrouwen; geluk op 1’ zijn geen specifieke uitgangspunten opgenomen omtrent leges.

In 2018 is de nota ‘Actualisatie Legesverordening’ en de bijbehorende tarieventabel voorgelegd aan Provinciale Staten (28/11/2018), ingaande op 1 januari 2019. Provinciale Staten hebben vastgesteld dat bepaalde beleidsnota’s iedere vier jaar (opnieuw) ter vaststelling worden aangeboden. In deze ‘Actualisatie Legesverordening’ zijn de uitkomsten van de vierjaarlijkse evaluatie verwerkt.

In 2018 is een motie ingediend betreffende de nota ‘Actualisatie Legesverordening’ (ID1985). Hierin wordt verzocht de legestarieven voor aanvragen in het kader van de Wet Natuurbescherming te herzien. Als de effecten van de invoering van de Omgevingswet duidelijk zijn, wordt gekeken naar de invloed op de tarieven en wordt de Tarieventabel in overeenstemming gebracht met de nieuwe ontstane situatie. Dit krijgt in de loop van 2020 zijn beslag.

3.2       Beleidskader
Bij de provinciale legesverordening geldt dat er sprake is van een belastbaar feit, waarover belasting moet worden betaald. Algemeen geldt dat de belanghebbende (bijvoorbeeld de aanvrager van een vergunning) de belastingplichtige is. Dit strookt met het adagium dat “de aanvrager betaalt”. Verder is het wenselijk dat de te heffen tarieven, daar waar dit redelijk en billijk is, kostendekkend zijn.

Naast de wettelijke grenzen aan de hoogte van belastingen en het uitgangspunt van kostendekkendheid, wordt de nadruk gelegd op het principe van redelijkheid en billijkheid. Belastingtarieven mogen niet zo hoog worden vastgesteld, dat sprake is van een heffing die in de Mienskip als onacceptabel wordt beschouwd.

Omdat de lonen en andere kosten jaarlijks veranderen, wordt jaarlijks een voorstel tot indexatie van de Tarieventabel aan Provinciale Staten voorgelegd.
Samengevat levert dit de volgende beleidskeuzes op:
– de gebruiker betaalt;
– kosten voor handhaving, toezicht en bezwaarprocedure worden niet meegenomen;
– de tarieven zijn maatschappelijk acceptabel;
– de tarieven zijn redelijk en billijk;
– de tarieven zijn zo mogelijk kostendekkend;
– de heffing van leges voldoet aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Nadrukkelijk wordt er op gewezen dat hiermee het principe van streven naar volledige kostendekkendheid ondergeschikt is gemaakt aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

3.3       Inkomsten en toelichting

Legesaanvragen 2019

  • Programma - aantallen
  • 2
  • 2
  • 3
  • 3
  • 3
  • 3
  • 3
  • Onderdeel
  • Wegen algemeen
  • Provinciale vaarwegen
  • Grondwaterwet
  • Wet WABO
  • Ontgrondingenwet
  • Wet natuurbescherming
  • Wadlopen
  • Totaal
  • Begroot
  • 140
  • 440
  • 10
  • 34
  • 52
  • 332
  • 55
  • 1.063
  • Realisatie
  • 185
  • 346
  • 0
  • 28
  • 21
  • 145
  • 37
  • 762
  • Verschil
  • -45
  • 94
  • 10
  • 6
  • 31
  • 187
  • 18
  • 301

Legesinkomsten 2019

  • Programma - bedragen x € 1.000,-
  • 2
  • 2
  • 3
  • 3
  • 3
  • 3
  • 3
  • Onderdeel
  • Wegen algemeen
  • Provinciale vaarwegen
  • Grondwaterwet
  • Wet WABO
  • Ontgrondingenwet
  • Wet natuurbescherming
  • Wadlopen
  • Totaal
  • Begroot
  • 59
  • 29
  • 6
  • 112
  • 152
  • 312
  • 20
  • 689
  • Realisatie
  • 43
  • 51
  • 0
  • 39
  • 26
  • 118
  • 3
  • 281
  • Verschil
  • 15
  • -22
  • 6
  • 72
  • 125
  • 194
  • 16
  • 408

Toelichting:

Wegen algemeen
In eerste instantie is voor 2019 een bedrag van € 29.000,- begroot. Tijdens de Provinciale Statenvergadering in november 2018 is besloten dit bedrag te verhogen met € 30.000,-waardoor de begroting 2019 van dit onderdeel uitkomt op € 59.000,-. Afgaande op de oorspronkelijk geprognosticeerde cijfers is het aannemelijk dat het begrotingsbedrag van € 59.000,- voor het onderdeel Provinciale vaarwegen in plaats van Wegen algemeen vastgesteld had moeten worden. In deze toelichting wordt dan ook uitgegaan van het oorspronkelijk begrote bedrag van € 29.000,-.

Uitgaande van de oorspronkelijke begroting (zie hierboven) is een positief resultaat behaald (realisatie van € 43.000,-). Er zijn meer vergunningen aangevraagd dan verwacht, met name voor de categorie ‘Ontheffing Wegenverordening’. Dit is een gedeeltelijke verklaring voor het positieve resultaat omdat de hoogte van de leges voor deze aanvragen tot de hoogste in deze categorie behoren. De aanvragen in de overige categorieën blijven iets achter bij de verwachting.

Met ingang van 1 januari 2006 is de RDW de centrale instantie die namens alle wegbeheerders de afhandeling van ontheffingsverzoeken verzorgt voor exceptionele transporten. In de Wegenverkeerswet 1994 is bepaald dat wegbeheerders in dit kader een vergoeding zullen ontvangen. Hiervoor heeft de Provincie Fryslân over het jaar 2018 een vergoeding ontvangen van € 13.000,-. Dit bedrag is opgenomen in de gerealiseerde € 43.000,-.

Provinciale vaarwegen
Zoals eerder in de toelichting is opgenomen, is het aannemelijk om aan te nemen dat het begrote bedrag voor het onderdeel Provinciale Vaarwegen op € 59.000,- vastgesteld had moeten worden. Er is € 51.000,- gerealiseerd. Met name voor de onderdelen ‘ontheffing van verbod art. 19 Vaarwegenverordening’ en ‘ontheffing van alle overige verbodsbepalingen in de Vaarwegenverordening Friesland (projectkosten kleiner of gelijk aan € 50.000,-)’ zijn minder aanvragen binnengekomen dan verwacht.

Grondwaterwet
In 2019 zijn er geen aanvragen binnengekomen voor een Grondwatervergunning en zijn er derhalve geen leges geheven.

Wet Wabo
Het aantal verleende omgevingsbeschikkingen (specifiek BRIKS-taken, waaronder bouw) waarvoor leges kunnen worden gevraagd, zijn lager dan het aantal verwachte aanvragen.

Er zijn er met name minder omgevingsvergunningen ‘activiteit bouwen’ aangevraagd dan begroot. Vergunningen voor bouwactiviteiten met een waarde vanaf € 400.000,- tot € 5.000.000,- zijn niet aangevraagd. Hierdoor zijn de begrote leges van ca. € 40.000,- niet gehaald.

In de begroting wordt rekening gehouden met een bedrag van ruim € 35.000,- dat bedoeld is om de publicatiekosten te dekken. Deze kosten worden echter niet in rekening gebracht bij de aanvrager, omdat de Tarieventabel hier niet de ruimte voor biedt.

Ontgrondingenwet (Ow)
Het aantal verleende vergunningen Ontgrondingenwet en bijbehorende leges blijven achter bij de begrote baten. Dit is te wijten aan minder aanvragen voor een ontgrondingvergunning art. 4 Ow (uitgebreide procedure) dan begroot. De aanvragen die wel ingediend zijn, vallen in de categorie voor de kleinere ontgrondingen.

Daarnaast zijn er geen aanvragen om verlenging van een machtiging als bedoeld in art. 12 Ow gedaan. Hiervoor was een bedrag van € 75.000,- begroot.

Wet natuurbescherming
Het aantal verleende Wet Natuurbescherming vergunningen en ontheffingen, waarvoor leges kunnen worden gevraagd, zijn lager dan de begrote aantallen. De ontvangsten op het budget Wet Natuurbescherming laten een stevig tekort zien. Dit is te wijten aan minder aanvragen in verband met de uitspraak stikstof (PAS) en minder aanvragen die legesplichtig zijn. Meer informatie vindt u in programma 3 Omgeving: Milieu en Natuur.

Wadlopen
Het aantal aanvragen Wadlopen voor een vergunning en ontheffing, waarvoor leges kunnen worden gevraagd, zijn lager dan begroot. Een Wadloopvergunning is voor een aantal jaren geldig, hierdoor worden de gemiddelde inkomsten gedurende een aantal jaren begroot. Er wordt met ingang van 2020 overgegaan op een nieuwe geldigheidstermijn: van een 3-jaren termijn naar een 6-jarentermijn. In 2020 start weer de nieuwe vergunningenronde.

3.4 Kostendekkendheid tarieven
Op basis van de begroting zijn de volgende dekkingspercentages berekend:

Kostendekkendheid leges 2019

  • Programma
  • 2
  • 2
  • 3
  • 3
  • 3
  • 3
  • 3
  • Onderdeel - bedragen x € 1
  • Wegen algemeen
  • Provinciale vaarwegen
  • Grondwaterwet
  • Wet WABO
  • Ontgrondingenwet
  • Wet natuurbescherming
  • Wadlopen
  • Totaal
  • Uitgaven begroot
  • 43.780
  • 121.256
  • 5.800
  • 113.003
  • 198.334
  • 766.150
  • 68.970
  • 1.317.293
  • Inkomsten begroot
  • 29.375
  • 59.885
  • 5.800
  • 111.800
  • 151.640
  • 280.200
  • 19.550
  • 658.250
  • Kostendekkendheid begroot
  • 67%
  • 49%
  • 100%
  • 99%
  • 76%
  • 37%
  • 28%
  • 0%
  • Inkomsten werkelijk
  • 43.148
  • 50.863
  • 0
  • 39.320
  • 26.158
  • 117.600
  • 3.420
  • 280.509

De vaststelling van de tarieven berust op een raming. Tegelijkertijd dienen we volgens de BBV-voorschriften de mate van kostendekkendheid te verantwoorden. De kostenramingen overstijgen de begrote legesinkomsten ruimschoots. Uit de cijfers blijkt dat de kostendekkendheid nergens de 100% overstijgt.

Tenslotte blijken de gerealiseerde inkomsten lager te liggen dan de begrote inkomsten. Hieruit mogen wij concluderen dat zelfs op basis gerealiseerde inkomsten vs. begrote uitgaven de kostendekkendheid alsnog de 100% niet overschrijdt.

3.5       Kwijtscheldingsbeleid
Voor de invordering van leges bestaat er geen mogelijkheid tot kwijtschelding. De legesverordening kent een zogenaamde hardheidsclausule. Dit geeft het college van Gedeputeerde Staten de mogelijkheid af te wijken van de verordening, gelet op het belang van een doelmatige en evenwichtige heffing van leges.

3.6       Lokale lastendruk
Onder lokale lastendruk wordt verstaan hoe de tarieven van de provinciale heffingen zich verhouden in vergelijking met de tarieven in de andere provincies.

Een vergelijking van de legestarieven binnen de verschillende provincies is niet goed mogelijk. De activiteiten waarvoor leges worden geheven verschillen namelijk per provincie.

Specifieke activiteiten waarbij de Provincie Fryslân in tegenstelling tot andere provincies geen leges heft (o.a. Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden, nazorgheffing, luchtvaart) maakt dat een vergelijking met andere provincies evenmin zinvol is.

Print deze pagina