9.2 Infrastructurele projecten

Jaarstukken

2019 is het jaar, waarin vooral gebiedsontwikkeling en de Extra Sneltrein Leeuwarden – Groningen centraal stond. Het knooppunt Joure, het aquaduct Drachtsterweg en de N31 traverse Harlingen zijn opengesteld, waarbij de laatste restpunten en administratieve afronding nog wat tijd vroegen. Naast Leeuwarden VrijBaan, De Centrale As en de N381 welke eerder zijn opengesteld, is het hoofdwegennet in Fryslân grotendeels op orde. Aan gebiedsontwikkeling en Kansen in Kernen De Centrale As, de investeringsagenda Drachten-Heerenveen en de verdubbeling van de N381 tot Oosterwolde wordt nog volop gewerkt. Aandachtspunten zijn nog de bruggen in de A6 (Skarsterien) en A7 (Bolsward).

Specifiek voor de opengestelde projecten knooppunt Joure en N31 Traverse Harlingen is het volgende te melden.

Knooppunt Joure
Het verkeer maakt al geruime tijd gebruik van het nieuwe Knooppunt Joure. In het voorjaar is de Langwarder Wielen op diepte gebracht. Hier hebben watersporters deze zomer voor het eerst goed gebruik van kunnen maken. De aannemer werkt gestaag door om de contractuele restpunten op te lossen. De meest in het oog springende werkzaamheden zijn afgerond; het herstel van de IBC-maatregel (Isoleren, beheersen en controleren van de in de ophoging gebruikte slakken) en de folieconstructies.
De verwachting is dat de resterende werkzaamheden tot het voorjaar zullen doorlopen. De omgeving en het wegverkeer zal hier nagenoeg geen hinder van ondervinden
Een aandachtspunt betreft de planning van afronding. Voor de buitenwereld lijkt het alsof het project maar niet tot afronding wil komen. Achter de schermen wordt echter goede voortgang geboekt al is dit minder zichtbaar werk. De aannemer heeft meer tijd nodig voor het uitvoeren van de restpunten. Het project kent nog wel onzekerheden, waaronder de contractuele afwikkeling met de aannemer en de mogelijke planschades (McDonalds & Hajé). Het project staat daardoor financieel onder druk.

N31 Traverse Harlingen
De N31 Harlingen is al geruime tijd in gebruik. Buiten het zicht van het publiek is gewerkt om de installaties van de pompkelders netjes af te ronden. Dit hield verband met een lekweg bij het aquaduct. Verder is het contract achter de schermen afgewikkeld. En ook is decharge van het project door de minister verleend. Voor 2020 zit het project in de technische nazorg en de financiële afronding. Tegen de zomer kan het project volledig worden ontbonden. Het project kent een substantiële meevaller.

Een aandachtspunt betreft de lozingsmelding van het Wetterskip. Wetterskip heeft ingestemd met de lozing van het water uit de verdiepte ligging op het Van Harinxmakanaal. Het project stemt de lozing af op het spuiregime op het Wad.

Social Return of investment
Bij de infrastructurele projecten werken wij intensief samen met het coördinatiepunt Social Return en de scholen voor middelbaar en hoger onderwijs via het coördinatiepunt Fiks. Door deze samenwerking dragen wij bij aan de sociale doelen en een verbetering van de aansluiting tussen onderwijs, bedrijfsleven en overheid.

In de Statenvergadering van november 2017 zijn de maatschappelijke kaders van het inkoop- en aanbestedingsbeleid vastgesteld. Onderdeel hiervan is dat bij aanbestedingen van werken met een waarde boven de € 250.0000 en een looptijd van tenminste drie maanden én bij aanbestedingen van diensten met een opdrachtwaarde boven de € 100.000,-, de provincie Fryslân een Social return verplichting hanteert. Deze verplichting is 2% van de totale aanneemsom exclusief BTW. Dit is de Friese Eis gaan heten waar ook de Friese gemeenten mee hebben ingestemd. Social return bij aanbesteden beoogt een concrete winst (return) naast het ‘gewone rendement’. In de aanbestedingspraktijk betekent dit, dat wij van onze opdrachtnemers en leveranciers eisen dat zij een deel van de opdrachtwaarde investeren in het bij voorkeur creëren van extra werk/leer (ervarings)plaatsen, bijvoorbeeld door een deel van de opdrachten uit te laten voeren met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Social return is in beginsel gericht op opdrachten van infra, bouw en facilitaire dienstverlening maar wordt ook in andersoortige aanbestedingen toegepast als we daar kans toe zien. De contracten voor facilitaire dienstverlening (zoals catering en schoonmaak) worden voor meerdere jaren afgesloten en laten om die reden een relatief lage doorstroom van kandidaten zien.

  • Infra
  • Facilitaire zaken
  • Contracten
  • 209
  • 5
  • Doorgestroomd
  • 38
  • 5

Toelichting:

Er zijn 209 contracten met verschillende personen geweest (en dan verdeeld over stages, BBL, werk vanuit WW e.d.) waarvan 38 personen zijn doorgestroomd naar iets anders (bijv. van stage naar BBL contract, of van BBL contract naar regulier werk).

De totale Friese resultaten van alle partijen die met de Friese methodiek werken zijn 524 contracten met verschillende personen waarvan 110 zijn doorgestroomd.

Eind november 2019 waren er 13.797 werklozen in Fryslân. Gezien deze cijfers, achten we dat Social Return een significante bijdrage levert aan de arbeidsmarkt van Fryslân.

Algemene projectrisico’s
Bij elk project staat een korte financiële toelichting. Nu we steeds meer projecten afronden, constateren we het risicoprofiel van de grote infrastructurele werken kleiner wordt. We weten inmiddels steeds meer. Wel doen zich projectspecifieke risico’s voor. Deze worden bij de afzonderlijke projecten benoemd. Programmabreed blijven de volgende algemene projectrisico’s gelden:

  • Faillissementen aannemers – Als een bouwproces loopt en de aannemer gaat failliet, ontstaat een financieel risico omdat een andere aannemer het werk moeten overnemen. Hier zijn altijd meerkosten aan verbonden. In de aanbesteding is hier waar mogelijk rekening mee gehouden (solvabiliteitstoets, bankgarantie). Om dit risico te beheersen wordt waar mogelijk enige ruimte gereserveerd binnen in de post onvoorzien van het projectbudget. Ook wordt met aannemers bekeken in hoeverre het mogelijk is om binnen de contractvoorwaarden de betalingsregeling zo in te richten dat een aannemer zo weinig mogelijk vooraf hoeft te financieren.
  • Prijsontwikkeling – met prijsontwikkeling is in de budgetten van de projecten rekening gehouden. Vooral in de rijksprojecten wordt de prijscompensatie geregeld via de toegekende IBOI. Deze kan lager liggen dan de werkelijke prijsontwikkeling, waardoor het projectbudget relatief kleiner wordt voor het werk dat nog moet worden gedaan.
  • Calamiteiten en kwaliteitsproblemen in het bouwproces – Tijdens de bouw van grote projecten kunnen zich altijd calamiteiten en discussies over de gevraagde kwaliteit In principe ligt de verantwoordelijkheid bij de aannemer, maar het vraagt in de praktijk altijd een inspanning van ons als opdrachtgever. Dit uit zich in gevolgen voor tijd en geld. In tijd, doordat projecten hierdoor vertragen. In geld, doordat projectorganisaties langer operationeel blijven en de juridische kosten die horen bij de verantwoor­delijkheidsvraag. Door toezicht en controle op de werkplannen en de werkzaamheden, zowel op het terrein van de techniek en de veiligheid, beperken wij dit risico.
  • Meerwerkclaims – Sinds 2015 is een toename te merken van claims op meerwerk van aannemers in aantal en omvang. Een aanvullend risico is dat de afhandeling van deze claims doorloopt na afronding van het werk of dat claims pas na afronding worden ingediend. Op dat moment is de betreffende projectorganisatie in afbouw of niet meer operationeel. Hierdoor kan de kennis om de claims adequaat af te handelen verdwijnen en verhogen de juridische kosten om adequaat verweer te voeren. Om dit risico te beperken proberen wij met aannemers om de claims voor de afrekening af te wikkelen. In de praktijk blijkt dit geen garantie te bieden. Daarom besteden wij veel aandacht aan de juridische opbouw van de bouwdossiers. Bij mogelijke claims wordt een specifiek claimdossier opgebouwd. Daarnaast zorgen wij voor het borgen van kennis op langere termijn binnen de provinciale projectorganisatie.
  • Inhuur – De grote projecten zijn qua formatie voor ruim 70% afhankelijk van inhuur van personeel. De provincie is daardoor deels ook kwalitatief afhankelijk van de bij deze mensen aanwezige kennis bij de afronding van projecten en eventuele rechtszaken daarna. Omdat voor ingehuurd personeel het werk naar “het einde” loopt, is er bij hen noodzaak om op zoek te gaan naar nieuwe klussen. Dit leidt tot leegloop voordat het project is afgelopen. Dit wordt versterkt door de wens om meer binnen de staande formatie op te pakken. Tegelijk maakt de nieuwe wetgeving met betrekking tot flexwerk het lastig nieuwe afspraken te maken met deze mensen. Bekeken wordt hoe de cruciale continuïteit in projecten gewaarborgd kan worden gedurende langere tijd, zodat bij claims of garantieaangelegenheden de kennis geborgd is.
  • Buitenlandse werknemers en de wet aanpak schijnconstructies – Vanaf 2015 is het probleem over de wijze waarop buitenlandse werknemers worden betaald zeer actueel geworden in de Friese projecten. Daarnaast is op 15 juli 2015 de Wet Aanpak Schijn­constructies (WAS) van kracht geworden. In deze wet is ook de ketenaansprakelijkheid geregeld en kunnen opdrachtgevers aan­sprakelijk worden gesteld voor nabetaling van niet nagekomen cao-verplichtingen. De eerste melding hiervan hebben wij in juni 2016 gekregen. Het betrof medewerkers aan De Centrale As. Vanuit dat proces is het inkoop- en aanbestedingsbeleid aangescherpt. Provinciale Staten is hierover met verschillende brieven geïnformeerd.
  • Kabels en leidingen in de ondergrond – Met een aantal nutsbedrijven is discussie over het toepassingsbereik van de provinciale regeling kabels en leidingen. Bij de financiële en administratieve afhandeling kan dit nog leiden tot (juridische) discussies met de nutsbedrijven, waaruit financiële claims kunnen komen. Bij de infraprojecten waar dit vooral speelt is een reservering opgenomen voor dit risico.

Als er nog specifieke projectgebonden risico’s spelen, staan deze vermeld onder het kopje ‘Risico’s’ bij de afzonderlijke projecten.

1. Bereikbaarheidsprojecten Leeuwarden-Vrijbaan (programma 2)

Gewenste resultaten

Beleid

Verwacht je dat eind 2019 de beleidsuitvoering verlopen is volgens de inhoudelijke afspraken in het onderliggende document waarin het beleid is vastgesteld (beleidsnota, etc.)?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Tijd

Verwacht je dat eind 2019 het gewenste resultaat is gerealiseerd? Of, als de einddatum voor de realisatie verder in de tijd ligt: Verwacht je dat je eind 2019 op schema ligt om het gewenste resultaat te realiseren binnen de afgesproken termijn?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Geld

Verwacht je dat geld een belemmerende factor is voor het behalen van het gewenste resultaat? Of verwacht je dat het beschikbare budget toereikend is om in 2019 de gewenste resultaten te realiseren?

  • Geld vormt geen belemmerende factor: er wordt geen onder- of overbesteding verwacht
  • Er is een kans op overschrijding
  • Er is een overschrijding
  Beleid Tijd Geld
1 Bereikbaarheidsprojecten Leeuwarden-Vrijbaan

Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
De laatste werkzaamheden uit het Tracébesluit van Rijksweg 31 Leeuwarden (Haak om Leeuwarden) zijn uitgevoerd.  De gebiedsontwikkelingswerkzaamheden tussen Marsum en het Van Harinxmakanaal zijn in afrondende fase. De administratieve afhandeling (bijv. grondoverdracht tussen overheden) is in gang gezet.

De realisatie van de biobased fietsbrug over het Van Harinxmakanaal is afgerond. De officiële opening door minister Van Veldhoven was op 3 februari 2020.

De aanpassingen rondom rotondes Marsum (inclusief fietstunnel) worden integraal opgepakt met het herontwerp van het wegvak inclusief de nieuwe fietstunnel.

Rondom het Drachtsterplein en de Drachtsterweg worden in afstemming met de gemeente Leeuwarden de laatste (groen)maatregelen uitgevoerd  Ditzelfde geldt voor de resterende werkzaamheden rond de Tearnzer Wielen. In afstemming met de gemeente wordt nog een aantal segmenten aan het geluidscherm toegevoegd.

Wat heeft het gekost?
Het project voltrekt zich nog steeds binnen de vastgestelde (financiële) kaders.

Welke besluiten hebben Provinciale Staten in 2019 genomen?
Er zijn geen besluiten genomen door PS.

Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
Aan de hand van monitoring van de effecten wordt duidelijk of de maatregelen voldoende resultaat hebben voor de aanpak van het zoute kwelwater of dat er nog aanpassingen aan de installaties moeten worden gedaan.

2. Verruiming Prinses Margrietkanaal (programma 2)

Gewenste resultaten

Beleid

Verwacht je dat eind 2019 de beleidsuitvoering verlopen is volgens de inhoudelijke afspraken in het onderliggende document waarin het beleid is vastgesteld (beleidsnota, etc.)?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Tijd

Verwacht je dat eind 2019 het gewenste resultaat is gerealiseerd? Of, als de einddatum voor de realisatie verder in de tijd ligt: Verwacht je dat je eind 2019 op schema ligt om het gewenste resultaat te realiseren binnen de afgesproken termijn?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Geld

Verwacht je dat geld een belemmerende factor is voor het behalen van het gewenste resultaat? Of verwacht je dat het beschikbare budget toereikend is om in 2019 de gewenste resultaten te realiseren?

  • Geld vormt geen belemmerende factor: er wordt geen onder- of overbesteding verwacht
  • Er is een kans op overschrijding
  • Er is een overschrijding
  Beleid Tijd Geld
2 Verruiming Prinses Margrietkanaal

Aan de verruiming van de vaarweg liggen de volgende besluiten van provinciale staten ten grondslag:

  • In 1997 is het Plan van Aanpak Investeringen Fries-Groningse kanalen vastgesteld.
  • In februari 2012 is de overeenkomst vastgesteld met het rijk over overdracht Prinses Margrietkanaal en afkoop Van Harinxmakanaal.
  • In september 2012 is besluitvorming aan Provinciale Staten voorgelegd voor het uitvoeringskrediet voor de brug Burgum en de kanaalverlegging bij het aquaduct in de Centrale As.
  • In september 2013 is het milieueffectrapport (MER) voor Skûlenboarch Westkern beschikbaar gesteld voor openbare kennisgeving. Dit is onderdeel van het Provinciale inpassingplan voor het watergebonden bedrijventerrein aan de noordzijde van het Prinses Margrietkanaal.

Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
De brug Burgum functioneert nog niet 100%. De omgeving heeft last van kleinere en soms grotere storingen. Soms vraagt het verhelpen van de storingen (te) veel tijd, met alle gevolgen voor het wegverkeer in het bijzonder het langzaam verkeer van dien. Aangezien de provincie momenteel nog verantwoordelijk voor het object is, en het Rijk vaarwegbeheerder is, wordt in samenspraak met RWS er alles aan gedaan de technische problemen te verhelpen en bij storingen de omgeving (inclusief hulpdiensten en OV) adequaat mogelijk van informatie te voorzien en daar waar mogelijk alternatieven te bieden.

Het proces van acceptatie en overdracht van de brug aan Rijkswaterstaat moet nog worden afgerond. De inzet is om in 2020 een en ander af te wikkelen, zodat daarmee het eigendom, beheer en onderhoud van de brug bij Rijkswaterstaat ligt. De financiële prognose is nog steeds dat het project binnen het beschikbare budget gerealiseerd kan worden.

Eén van de afspraken in het  BO MIRT 2019 is een onderzoek naar de haalbaarheid van een aquaduct ter vervanging van de bruggen Kootstertille en Schuilenburg. Alvorens deze studie te starten zal de omgeving worden geraadpleegd over deze oplossingsrichting.
De planvoorbereiding en realisatie zal geschieden door Rijkswaterstaat. De provincie zal bij de planvorming haar kennis en expertise inbrengen. De planning van Rijk is dat de uitkomsten van de MIRT-verkenning in het BO MIRT van najaar 2020 worden besproken. Dan zal ook pas duidelijk zijn of een aquaduct een alternatief is voor de bruggen Kootstertille en Schuilenburg.

Wat heeft het gekost?
Momenteel omvat de verruiming Prinses Margrietkanaal uitsluitend nog de nieuwbouw brug Burgum. Dit project ligt momenteel financieel op koers. Aangezien binnen het door het Rijk beschikbaar gestelde budget nog voldoende ruimte is, wordt momenteel op verzoek van het Rijk aanvullend nog een oeverconstructie vervangen. Voor deze aanvullende werkzaamheden  heeft het Rijk een aanvullende beschikking afgegeven.

Welke besluiten zijn er in 2019 genomen door Provinciale Staten?
Provinciale Staten hebben in 2019 geen besluiten genomen met betrekking tot de verruiming Vaarweg Lemmer-Delfzijl en worden ook niet voorzien voor 2020.
In het BO MIRT van 2018 zijn tussen Rijk en de provincie Fryslân (en Groningen) een aantal afspraken gemaakt, die o.a een andere proces, rol en inzet van betrokken partijen betekenen. Het Rijk heeft inmiddels aangegeven het convenant aangaande de overdracht te gaan herzien. Tevens heeft zij haar visie gegeven op welke wijze de regio betrokken zal gaan worden bij de aanpak van de vijf Friese bruggen. Tussen Rijk en provincie worden daarover de komende tijd nadere afspraken gemaakt.

  • Voor de Friese vaarwegen, natte bedrijventerreinen en havens hebben de Staten ingestemd met een provinciale vaarwegenvisie. De uitwerking daarvan is in het najaar van 2019 aan de Staten voorgelegd.  

Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?

Actueel zijn de storingen aan de brug Burgum met alle consequenties van dien voor het weg- en vaarwegverkeer. Aangezien de provincie momenteel nog eigenaar/beheerder is, wordt alles in het werk gesteld de technische problemen op te lossen. Dit geschiedt in samenspraak met Rijkswaterstaat, zodat de uiteindelijke overdracht van het object aan Rijkswaterstaat als toekomstig beheerder soepel kan verlopen.
Onderdeel van de BO MIRT afspraken is de vervanging van de bruggen Spannenburg, Uitwellingerga en Oude Schouw met een verwachte opleverdata tussen 2024 – 2026. Momenteel kennen de bruggen Oude Schouw en Spannenburg al een aslastbeperking om verdere schade aan deze bruggen te voorkomen. Voor het zware wegverkeer betekent dit omrijden.

3. N381 Drachten-Drentse grens (programma 2)

Gewenste resultaten

Beleid

Verwacht je dat eind 2019 de beleidsuitvoering verlopen is volgens de inhoudelijke afspraken in het onderliggende document waarin het beleid is vastgesteld (beleidsnota, etc.)?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Tijd

Verwacht je dat eind 2019 het gewenste resultaat is gerealiseerd? Of, als de einddatum voor de realisatie verder in de tijd ligt: Verwacht je dat je eind 2019 op schema ligt om het gewenste resultaat te realiseren binnen de afgesproken termijn?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Geld

Verwacht je dat geld een belemmerende factor is voor het behalen van het gewenste resultaat? Of verwacht je dat het beschikbare budget toereikend is om in 2019 de gewenste resultaten te realiseren?

  • Geld vormt geen belemmerende factor: er wordt geen onder- of overbesteding verwacht
  • Er is een kans op overschrijding
  • Er is een overschrijding
  Beleid Tijd Geld
3 N381 Drachten-Drentse grens

Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
De aannemer is bezig met de uitvoering van het contract N381 verdubbeling Donkerbroek – Oosterwolde. De werkzaamheden liggen op schema. Een aantal kunstwerken is aangepast op de verdubbeling. Onderdoorgang ’t West is in uitvoering. Het verkeer is eind november 2019 omgezet naar de nieuwe rijbaan. Het asfalt op de bestaande rijbaan is gefreesd en wordt in het voorjaar van 2020 weer volledig teruggebracht op de rijbaan (circulair asfalt). De bestaande rijbaan moest worden omgebouwd in verband met afwatering en markering.

De benodigde vergunningen voor het plaatsen van een kunstobject bij de Oude Willem in Appelscha zijn onherroepelijk. In augustus 2019 zijn in het veld de eerste werkzaamheden uitgevoerd. Plaatsing van het kunstobject was eind oktober 2019 voorzien, maar door latere levering van materialen wordt het kunstwerk begin 2020 geplaatst. Het kunstobject is eind 2019 in productie gegaan.

Wat heeft het gekost?
Het project ligt financieel op koers. Het projectbudget van € 184,8 mln. is toereikend en het project kent een gebruikelijk percentage onvoorzien om eventuele tegenvallers op te vangen. Tot en met december 2019 is circa € 166,7 mln. uitgegeven.

Welke besluiten hebben Provinciale Staten in 2019 genomen?
Provinciale Staten hebben voor dit project in 2019 geen besluiten genomen.

Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
In de uitvoeringsfase blijven er risico’s ten aanzien van contract, techniek, omgeving, veiligheid & gezondheid. De risico’s worden geïnventariseerd en beheerst door middel van risicosessies en risicogestuurd contractbeheer.

  • De (technische en contractuele) uitvoeringsrisico’s zijn geminimaliseerd, omdat de definitieve ontwerpen van opdrachtnemer door opdrachtgever zijn geaccepteerd en omdat de werkzaamheden uit de “grond” zijn;
  • De risico’s ten aanzien van omgeving, veiligheid & gezondheid worden beheerst door middel van (gezamenlijke) inspectierondes van de veiligheidskundigen van opdrachtnemer en opdrachtgever. Op basis van deze rondes worden, indien noodzakelijk, aanpassingen of verbeteringen doorgevoerd.

4. De Centrale As (programma 2)

4a. De Weg

Gewenste resultaten

Beleid

Verwacht je dat eind 2019 de beleidsuitvoering verlopen is volgens de inhoudelijke afspraken in het onderliggende document waarin het beleid is vastgesteld (beleidsnota, etc.)?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Tijd

Verwacht je dat eind 2019 het gewenste resultaat is gerealiseerd? Of, als de einddatum voor de realisatie verder in de tijd ligt: Verwacht je dat je eind 2019 op schema ligt om het gewenste resultaat te realiseren binnen de afgesproken termijn?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Geld

Verwacht je dat geld een belemmerende factor is voor het behalen van het gewenste resultaat? Of verwacht je dat het beschikbare budget toereikend is om in 2019 de gewenste resultaten te realiseren?

  • Geld vormt geen belemmerende factor: er wordt geen onder- of overbesteding verwacht
  • Er is een kans op overschrijding
  • Er is een overschrijding
  Beleid Tijd Geld
4a De Centrale As - gebiedsontwikkeling en het afronden van de weg

Wat wilden we bereiken en wat hebben we bereikt?
We wilden de contracten voor de weg volledig afronden. De werken in het noordelijk deel zijn afgerond op de werken aan het Bastion Dokkum na. Er vindt in samenspraak met de gemeente overleg plaats met de aannemer over de verdere invulling en afronding hiervan. De werken in het middendeel zijn afgerond, behoudens een aantal restpunten. Het oplossen en afronden van restpunten neemt meer tijd dan vooraf verwacht. De werken in het zuidelijk deel zijn geheel afgerond. Er is ook gewerkt aan de afronding van de ontwikkeling en uitvoering van de Motie Vreemd ‘overlast N381 en DCA’, naar aanleiding waarvan GS het Actieplan overlast N381 Drachten – Drentse grens en De Centrale As” heeft opgesteld. De verwachting was dat dit in 2019 zou worden afgerond. In samenspraak met de omgeving zijn er meer maatregelen naar voren gekomen dan vooraf verwacht. Inmiddels zijn alle maatregelen in voorbereiding, afronding realisatie wordt verwacht medio 2020.

De Gebiedsontwikkeling De Centrale As bestaat uit twee fasen. Met het openstellen van De Centrale As in 2016 is ook een aantal maatregelen uit fase 1 van de gebiedsontwikkeling in gebruik genomen en afgerond. De overige maatregelen uit fase 1 zijn voor zover mogelijk in 2019 uitgevoerd, met uitzondering van landschapsherstel dat vanwege het voorkomen van kaalslag in het gebied een langere doorlooptijd kent. In het voorjaar van 2020 wordt door de provincie de laatste hand gelegd aan maatregelen uit fase 1. De gebiedsontwikkeling voeren we onder andere samen met gemeenten uit. Een tweetal maatregelen kent een langere doorlooptijd voor de uitvoering. Met de gemeenten bereiden we een overeenkomst voor waarbij zij aan de lat staan voor de afronding van maatregelen op haar grondgebied. De provincie levert naast de gemeenten op grond van de gemaakte afspraken en beloofde plus voor het gebied een financiële bijdrage.

Voor een aantal maatregelen uit fase 2 moet de grond nog verworven worden en voor een aantal maatregelen geldt dat de grond niet op vrijwillige basis verworven kan worden en hierdoor niet doorgaan. Daarnaast is voor een aantal maatregelen uit fase 2 de co-financiering van de gemeente Tytsjerksteradiel niet geregeld. De gemeente wil de maatregelen wel realiseren en zoekt naar middelen. Momenteel wordt een voorstel om de uitvoering van een aantal maatregelen uit fase 2 over te dragen richting de gemeente Tytsjerksteradiel. De provincie rond haar activiteiten af en levert een financiële bijdrage. De gemeente pakt de realisatie op en rapporteert aan de provincie over de voortgang.

Wat heeft het gekost?
De 1e fase van de gebiedsontwikkeling is financieel geïntegreerd in het wegenproject De Centrale As. Vanuit de integrale aanpak blijkt dat de realisatie van de weg en de 1e fase gebiedsontwikkeling binnen het financiële kader is uitgevoerd. Voor fase 2a en b is de provinciale bijdrage, met uitzondering van de financiering voor beheer en onderhoud van het landschap, gedekt. Voor landschapsonderhoud en een aantal recreatieve maatregelen moet de bijdrage van derden nog vastgelegd worden, zo heeft de gemeente Tytsjerksteradiel de cofinanciering voor fase 2 nog niet geregeld. Op dit moment is de provincie in gesprek met de gemeenten over afrekening van de gebiedsontwikkeling fase 1 en de nog niet geregelde cofinanciering voor fase 2. Dit proces verloopt goed, maar kost meer tijd dan vooraf verwacht. De verwachting is dat gesprekken met de gemeenten in het voorjaar van 2020 worden afgerond.

Welke besluiten hebben Provinciale Staten in 2019 genomen?
Provinciale Staten hebben voor dit project in 2019 geen besluiten genomen.

Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
Het grootste risico voor de gebiedsontwikkeling fase 2 is de grondverwerving, omdat deze op basis van vrijwilligheid gaat. Hierdoor is gebleken dat een aantal maatregelen, voornamelijk wandel- en fietspaden niet door hebben kunnen gaan. Ook bij het herstel van houtsingels lopen we hier tegenaan. Dit risico is blijvend en betekent dat een aantal maatregelen niet door kunnen gaan.

Een ander risico is de cofinanciering voor fase 2 van de gemeente Tytsjerksteradiel. De gemeente Tytsjerksteradiel heeft de cofinanciering nog niet geregeld en wil een mogelijke meevaller op fase 1 benutten voor fase 2. Hierover vinden gesprekken plaats. Zodra het voorstel hiervoor is afgerond, wordt PS hier conform toezegging aan de  Staten middels een brief over geïnformeerd.

4b.       Kansen in Kernen

Gewenste resultaten

Beleid

Verwacht je dat eind 2019 de beleidsuitvoering verlopen is volgens de inhoudelijke afspraken in het onderliggende document waarin het beleid is vastgesteld (beleidsnota, etc.)?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Tijd

Verwacht je dat eind 2019 het gewenste resultaat is gerealiseerd? Of, als de einddatum voor de realisatie verder in de tijd ligt: Verwacht je dat je eind 2019 op schema ligt om het gewenste resultaat te realiseren binnen de afgesproken termijn?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Geld

Verwacht je dat geld een belemmerende factor is voor het behalen van het gewenste resultaat? Of verwacht je dat het beschikbare budget toereikend is om in 2019 de gewenste resultaten te realiseren?

  • Geld vormt geen belemmerende factor: er wordt geen onder- of overbesteding verwacht
  • Er is een kans op overschrijding
  • Er is een overschrijding
  Beleid Tijd Geld
4b De Centrale As - Kansen in Kernen

Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
In 2019 zou worden gestart met de herinrichting van het park en het transferium (de omgeving van het station) in Feanwâlden en het Stationskwartier in Hurdegaryp. Het werk Stationskwartier Hurdegaryp is inmiddels binnen budget aanbesteed. Uitvoering vindt plaats in de periode najaar 2019 – 1e helft 2020. De eerste aanbesteding voor Feanwâlden in mei 2019 is niet goed uitgepakt en was financieel te hoog. In de tweede helft van 2019 is een nieuwe aanbesteding voorbereid. Deze nieuwe aanbesteding is begin 2020 gestart. Het werk is inmiddels definitief gegund. Uitvoering Feanwâlden staat gepland voor medio 2020 tot en met medio 2021. Zoals bij alle KIK-projecten is de gemeente de aanbestedende dienst. De provincie loopt hier geen financieel risico. De gemeente verwacht het project met de bestaande scope binnen budget uit te kunnen voeren.

Feanwâlden en Hurdegaryp Stationskwartier zijn de laatste twee deelprojecten van Kansen in Kernen. De herinrichting van KIK Garyp, KIK Burgum, KIK Hurdegaryp-doarp, KIK Damwâld en KIK De Falom is inmiddels gereed.

Wat heeft het gekost?
In 2015 hebben Provinciale Staten definitieve besluiten genomen over de maximale provinciale bijdrage aan Kansen In Kernen. Deze bijdrage bedraagt € 11,1 mln. De provincie verstrekt haar bijdrage via subsidies aan de gemeenten Tytsjerksteradiel en Dantumadiel. Het eerste gedeelte van de provinciale bijdrage, te weten € 3,2 mln., is in 2015 via een ANNO-subsidie aan de genoemde gemeenten beschikt. Het gaat hierbij om de voorbereidingskosten van de zes dorpen en de uitvoeringskosten van Kansen In Kernen Garyp. In 2016-2020 is in totaal maximaal € 7,9 mln. beschikbaar aan provinciale bijdrage voor de uitvoering van Kansen in Kernen. Dit betekent dat voor de gemeente Tytsjerksteradiel maximaal € 3,6 mln. en voor de gemeente Dantumadiel maximaal € 4,3 mln. aan subsidie beschikbaar is. In 2016 hebben de gemeenten een subsidiebeschikking ontvangen voor de uitvoering van Kansen in Kernen ter grootte van deze bedragen.

Welke besluiten hebben Provinciale Staten in 2019 genomen?
Provinciale Staten hebben voor dit project in 2019 geen besluiten genomen.

Hoe hebben de risico’s zich ontwikkeld?
In de bestuursovereenkomst De Centrale As (maart 2007) en de basisafspraken Kansen in Kernen (sept 2014) is vastgelegd dat de beide gemeenten projectverantwoordelijke zijn en daarmee risicodragend. De provincie faciliteert, zowel financieel als in menskracht.  De procesmanager Kansen in Kernen van de provincie treedt op als regisseur en borgt de provinciale belangen. Risico is dat de provincie hiermee indirect stuurt op het project. Dit risico beheersen we door het instellen van een kernteam dat de provincie voorzit én een gezamenlijke financiële beheersing.

5. Investeringsagenda Drachten-Heerenveen (programma 2)

Gewenste resultaten

Beleid

Verwacht je dat eind 2019 de beleidsuitvoering verlopen is volgens de inhoudelijke afspraken in het onderliggende document waarin het beleid is vastgesteld (beleidsnota, etc.)?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Tijd

Verwacht je dat eind 2019 het gewenste resultaat is gerealiseerd? Of, als de einddatum voor de realisatie verder in de tijd ligt: Verwacht je dat je eind 2019 op schema ligt om het gewenste resultaat te realiseren binnen de afgesproken termijn?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Geld

Verwacht je dat geld een belemmerende factor is voor het behalen van het gewenste resultaat? Of verwacht je dat het beschikbare budget toereikend is om in 2019 de gewenste resultaten te realiseren?

  • Geld vormt geen belemmerende factor: er wordt geen onder- of overbesteding verwacht
  • Er is een kans op overschrijding
  • Er is een overschrijding
  Beleid Tijd Geld
5 Investeringsagenda Drachten Heerenveen

Wat wilden we bereiken en wat hebben we bereikt?
Eerder hebben we aangegeven dat in 2019 niet meer op programmaniveau over de investeringsagenda gerapporteerd wordt. Vandaar dat we nu alleen inzoomen op de projecten Oostelijke Poort Meren Gebied (w.o. Oudega aan het water), Bereikbaarheid Heerenveen en De Welle. Het project Oostelijke Poort Merengebied heeft te maken met vrijwillige grondverwerving. Dit maakt dat voortgang afhankelijk is van medewerking van grondeigenaren. Dit vraagt zorgvuldigheid en is reden dat er extra uitstel voor de uitvoering wordt gevraagd.

Het college van Smallingerland heeft nog geen definitief besluit genomen wat de locatie voor De Welle betreft. Naar verwachting zal de aanvraag voor in totaal € 10 mln. daarom niet rond 1 oktober 2019 maar in het 1e halfjaar van 2020 worden ingediend. De scope en het eindresultaat van het project veranderen niet, de verwachting is dat met de besteding in 2020 een begin zal worden gemaakt.

Het project Bereikbaarheid Heerenveen is door ons in 2018 beschikt maar is nog niet in de realisatiefase, onder andere door de PAS en PFAS problematiek.

Wat heeft het gekost?
De provinciale bijdrage voor de totale agenda bedraagt € 75,4 mln. daarvan is ruim € 55 mln. besteed en/of beschikt. Vele projecten van de investeringsagenda zijn afgerond. Dat geldt niet voor de projecten Oostelijke Poort Merengebied,  Bereikbaarheid Gebiedsontwikkeling Heerenveen, zwembad De Welle en het Innovatiehuis. Deze projecten lopen langer door.

Welke besluiten hebben Provinciale Staten in 2019 genomen?
Behoudens verschuivingen in kasritme zijn er in 2019 geen besluiten genomen over de investeringsagenda Drachten – Heerenveen.

Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
Vanuit de Investeringsagenda is € 6 mln. toegekend aan het project De Welle.
Binnen de Investeringsagenda is momenteel € 5 mln. beschikbaar, er resteert een taakstellende bezuinigsopgave van € 1 mln. Vanuit de resterende projecten die nog in uitvoering zijn, zal gekeken worden op welke wijze invulling gegeven kan worden aan de taakstelling van de gemeente Smallingerland.

De subsidies die worden verleend voor de afzonderlijke projecten zijn taakstellend en gemaximeerd. Dit houdt in dat financiële risico’s voor rekening komen van de betreffende gemeente.

Voor het project Oudega aan het Water geldt echter dat de provincie mede-opdrachtgever is geworden, en hiermee verantwoordelijk voor 50% van de eventuele risico’s. De provincie voert samen met de gemeente Smallingerland de regie van het project, waardoor we beter kunnen sturen op eventuele risico’s. De provinciale financiële bijdrage aan het project is taakstellend; een eventuele budgetoverschrijding zal leiden tot het beperken van de scope van het project. De planning voor dit project is ambitieus en mede-afhankelijk van de voortgang op het grondverwervingsdossier en de bijbehorende ruimtelijke planvorming. Dit vraagt zorgvuldigheid en is reden dat er extra uitstel voor de uitvoering wordt gevraagd.

6. RSP Spoorprojecten (programma 2)

Algemeen

De Spoorprojecten zijn onder te verdelen in vier hoofdprojecten:
a. Capaciteitsvergroting van de spoorverbinding Leeuwarden-Zwolle voor de uitbreiding van het aantal treinen van twee naar vier per uur in beide richtingen.
b. Capaciteitsvergroting van de spoorverbinding Leeuwarden-Groningen voor de tweede sneltrein die gaat rijden.
c. Aanleg van station Werpsterhoeke met een onderdoorgang voor gemotoriseerd verkeer en een onderdoorgang voor fietsers en voetgangers.
d. Capaciteitsvergroting van de spoorverbinding Leeuwarden – Sneek gaat over de infrastructurele maatregelen die nodig zijn om een 4de trein per uur te laten rijden tussen Leeuwarden en Sneek.

Gewenste resultaten - RSP spoorprojecten

Beleid

Verwacht je dat eind 2019 de beleidsuitvoering verlopen is volgens de inhoudelijke afspraken in het onderliggende document waarin het beleid is vastgesteld (beleidsnota, etc.)?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Tijd

Verwacht je dat eind 2019 het gewenste resultaat is gerealiseerd? Of, als de einddatum voor de realisatie verder in de tijd ligt: Verwacht je dat je eind 2019 op schema ligt om het gewenste resultaat te realiseren binnen de afgesproken termijn?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Geld

Verwacht je dat geld een belemmerende factor is voor het behalen van het gewenste resultaat? Of verwacht je dat het beschikbare budget toereikend is om in 2019 de gewenste resultaten te realiseren?

  • Geld vormt geen belemmerende factor: er wordt geen onder- of overbesteding verwacht
  • Er is een kans op overschrijding
  • Er is een overschrijding
  Beleid Tijd Geld
6a Capaciteitsvergroting Leeuwarden – Zwolle

6a.       Capaciteitsvergroting spoorverbinding Leeuwarden-Zwolle 

Wat wilden we bereiken en wat hebben we bereikt?
In 2019 zouden we samen met de NS de 4e trein Leeuwarden – Meppel/ Zwolle evalueren. Dit is gebeurd. Hierover bent u per brief geïnformeerd (nr. 01697745).

Als de infrastructuur tussen Meppel en Zwolle in de loop van 2021 is aangepast, gaan de Sprinters Leeuwarden – Meppel doorrijden naar Zwolle. Deze maatregelen bestaan uit een spooruitbreiding Zwolle – Herfte, verbetering overwegveiligheid en uitbreiding van de tractie (stroomvoorziening) op het traject Meppel – Zwolle.

Spooruitbreiding Zwolle-Herfte
Het project Zwolle – Herfte wordt uitgevoerd in twee contracten. Een contract voor de aanpassing van station Zwolle en een contract voor de extra sporen tussen station Zwolle en Herfte. Als onderdeel van het contract voor de aanpassing van het station wilde ProRail in de zomervakantie een start maken met een extra toegangsspoor naar het spooremplacement (opstel- en servicesporen) aan de zuidwestkant van station Zwolle. Dit is gelukt. Daarnaast is de aannemer op dit moment aan het werk voor de uitbreiding van het spoortraject Zwolle-Herfte met twee extra sporen. De uitvoering loopt volgens planning.

Overige maatregelen Leeuwarden-Zwolle
Als Zwolle-Herfte klaar is, kunnen de Sprinters Leeuwarden-Meppel doorrijden naar Zwolle. Hiervoor moet ProRail tussen Meppel en Zwolle ook nog overwegveiligheids­maatregelen nemen en de tractie (stroomvoorziening) verbeteren.

ProRail heeft gesprekken gevoerd met de betreffende wegbeheerders voor het uitvoeren van de overwegveiligheidsmaatregelen op het traject Meppel – Zwolle. Daarnaast heeft ProRail volgens planning het onderzoek afgerond naar de te nemen maatregelen om de tractie tussen Meppel en Zwolle uit te bereiden om het mogelijk te maken dat de sprinters Leeuwarden-Meppel gaan doorrijden naar Zwolle. 

Wat heeft het gekost?
Spooruitbreiding Zwolle-Herfte
Afgezien van de vaste bijdrage vanuit de RSP-middelen komen de kosten voor Herfte-Zwolle niet ten laste van de regio.

Overige maatregelen Leeuwarden-Zwolle
De overwegveiligheidsmaatregelen zijn geraamd op € 500.000,- De onderzoekskosten naar de maatregelen voor de uitbreiding van de tractie zijn geraamd op € 150.000,-. Deze bedragen zijn beschikbaar gesteld vanuit de Motie Koopmans Rijksmiddelen.

Welke besluiten hebben Provinciale Staten in 2019 genomen?
Provinciale Staten hebben voor dit project in 2019 geen besluiten genomen.

Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
Het is de bedoeling dat vanaf de dienstregeling 2021 er vier treinen rijden tussen Leeuwarden en Zwolle. Twee Intercity’s en twee Sprinters, waarbij de Sprinters aansluiting geven in Zwolle op andere treinen. Mogelijk is de spoorinfrastructuur in Meppel dan een knelpunt. Dat geldt ook voor de beweegbare spoorbruggen tussen Leeuwarden en Meppel. Er zijn dienstregelingsvarianten waarbij station Meppel niet aangepast hoeft te worden. Ook is er een dienstregeling mogelijk waarbij de beweegbare spoorbruggen in mindere mate een knelpunt zijn. Samen met Overijssel, Drenthe, NS en ProRail moet uiterlijk in 2020 een keuze worden gemaakt voor een dienstregeling. Hierbij moet worden bepaald waar de Intercity stopt en waar de Sprinter aansluiting moet geven op de andere treinen. Twee andere risico’s zijn dat Zwolle-Herfte vertraging oploopt tijdens de uitvoering en dat de transformatoren voor de uitbreiding van de tractie tussen Meppel en Zwolle niet op tijd beschikbaar zijn.

6b        Capaciteitsvergroting spoorverbinding Leeuwarden-Groningen

Gewenste resultaten

Beleid

Verwacht je dat eind 2019 de beleidsuitvoering verlopen is volgens de inhoudelijke afspraken in het onderliggende document waarin het beleid is vastgesteld (beleidsnota, etc.)?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Tijd

Verwacht je dat eind 2019 het gewenste resultaat is gerealiseerd? Of, als de einddatum voor de realisatie verder in de tijd ligt: Verwacht je dat je eind 2019 op schema ligt om het gewenste resultaat te realiseren binnen de afgesproken termijn?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Geld

Verwacht je dat geld een belemmerende factor is voor het behalen van het gewenste resultaat? Of verwacht je dat het beschikbare budget toereikend is om in 2019 de gewenste resultaten te realiseren?

  • Geld vormt geen belemmerende factor: er wordt geen onder- of overbesteding verwacht
  • Er is een kans op overschrijding
  • Er is een overschrijding
  Beleid Tijd Geld
6b Capaciteitsvergroting Leeuwarden – Groningen

Wat wilden we bereiken en wat hebben we bereikt?
In 2019 is het tracébesluit nader onderbouwd en heeft de Raad van State de resterende beroepen ongegrond verklaard. Het tracébesluit voor het project (het ruimtelijk juridisch kader die de uitvoering van het project mogelijk maakt) is hiermee onherroepelijk geworden.

Voor het rijden van de extra sneltrein wordt een extra spoor aangelegd tussen Zuidhorn en Hoogkerk. In 2019 wilden we starten met de aanleg van dit nieuwe spoor. Dit is gelukt. De aanleg hiervan verloopt volgens planning. De onderdoorgang in Hurdegaryp wilden we af maken. De onderdoorgang in Hurdegaryp is klaar. Voor de ombouw van het traject Leeuwarden – Buitenpost is apparatuur nodig voor de treinbeveiliging. In 2019 waren deze materialen niet beschikbaar voor de aannemer. Diverse geplande maatregelen konden daarom niet in 2019 worden uitgevoerd. Deze worden nu in 2020 uitgevoerd. Dit hindert de planning vooralsnog niet. De extra sneltrein kan nog steeds eind 2020 gaan rijden.

Wat heeft het gekost?
Van het totale budget dat beschikbaar is voor de spoorverbinding Leeuwarden-Groningen is tot nu toe € 119,6 mln. uitgegeven.

Welke besluiten hebben Provinciale Staten in 2019 genomen?
Door PS zijn in 2019 geen besluiten genomen over de capaciteitsvergroting Leeuwarden – Groningen. PS zijn per brief d.d. 7 mei 2019 (nr. 01651368) geïnformeerd over de ontwikkelingen binnen het project. Daarnaast is er een persbericht naar PS gestuurd ter informatie over de gewijzigde uitvoering.

Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
Niet alle geplande werkzaamheden zijn uitgevoerd tijdens de buitendienststelling in oktober 2019 omdat de beveiligingsapparatuur niet tijdig beschikbaar waren. Er moet daarom een nieuwe buitendienststelling in 2020 komen. Daarbij wordt ingezet op een periode in de zomer van 2020.

In 2019 hebben we u per brief geïnformeerd (nr. 01651368) dat het project financieel onder druk staat. Voor de resterende uitvoering blijft het project een hoog financieel risicoprofiel houden. We verwachten nog steeds dat het project uitgevoerd kan worden binnen de financiële kaders, zoals uw staten die hebben meegegeven. Het projectonderdeel dat door de provincie Fryslân wordt getrokken, de spooronderdoorgang Hurdegaryp en aansluitende infrastructuur, kent een positief resultaat. Dit positieve resultaat is nodig om de tegenvallers op het totale project op te vangen.

6c        Station Werpsterhoeke

Gewenste resultaten

Beleid

Verwacht je dat eind 2019 de beleidsuitvoering verlopen is volgens de inhoudelijke afspraken in het onderliggende document waarin het beleid is vastgesteld (beleidsnota, etc.)?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Tijd

Verwacht je dat eind 2019 het gewenste resultaat is gerealiseerd? Of, als de einddatum voor de realisatie verder in de tijd ligt: Verwacht je dat je eind 2019 op schema ligt om het gewenste resultaat te realiseren binnen de afgesproken termijn?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Geld

Verwacht je dat geld een belemmerende factor is voor het behalen van het gewenste resultaat? Of verwacht je dat het beschikbare budget toereikend is om in 2019 de gewenste resultaten te realiseren?

  • Geld vormt geen belemmerende factor: er wordt geen onder- of overbesteding verwacht
  • Er is een kans op overschrijding
  • Er is een overschrijding
  Beleid Tijd Geld
6c Station Werpsterhoeke

Wat wilden we bereiken en wat hebben we bereikt?
De twee spooronderdoorgangen zijn 2018/2019 in gebruik genomen maar nog niet overgedragen aan de gemeente Leeuwarden. Er zijn een aantal werkzaamheden voor een goede waterafvoer die de aannemer nog moet afronden.
In de brief d.d. 24 september 2019 (nr. 01697745) is aangegeven dat de provincie Fryslân en gemeente Leeuwarden de gezamenlijke ambitie hebben en inzetten om station Werpsterhoeke in 2025 te realiseren. De overleggen hierover met de NS zijn eind 2019 opgestart.

Direct ten noorden en zuiden van de bij Werpsterhoeke gerealiseerde onderdoorgangen liggen twee overwegen; de overweg Barrahûs en de overweg Nije Werpsterdyk. Het opheffen van de overweg Barrahûs maakt onderdeel uit van project station Werpsterhoeke. De overweg Barrahûs was nog nodig voor landbouwverkeer. In 2019 heeft de gemeente de aansluiting aangelegd tussen de Overijsselselaan en de Brédyk. Daarmee kan de overweg nu opgeheven worden.

De overweg Nije Werpsterdyk maakt geen onderdeel uit van het project. We wilden in 2019 onderzoeken of we beide overwegen gelijktijdig konden opheffen. Dit is mogelijk. Voor het opheffen van de overweg Nije Werpsterdyk zijn door het BO-Spoor extra financiële middelen beschikbaar gesteld.

Met ProRail, IenW en de gemeente Leeuwarden hebben we afspraken gemaakt over het zo snel mogelijk opheffen van beide overwegen. Deze afspraken worden vastgelegd in een overeenkomst in 2020.

Wat heeft het gekost?
Volgens de rapportage van ProRail is t/m december 2019 € 18,3 mln. inclusief BTW verplicht en/ of uitgegeven uit het RSP-budget voor station Werpsterhoeke. Voor de realisatie van beide onderdoorgangen (fase 1) is een totaalbudget beschikbaar van € 21 mln. (prijspeil 2014). Daarnaast is vanuit de motie Koopmans voor het opheffen van de overweg Nije Werpsterdyk een bedrag van € 250.000,- beschikbaar gesteld. Hiervan is nog niets uitgegeven. Hiermee wordt in 2020 gestart.

Welke besluiten hebben Provinciale Staten in 2019 genomen?
Provinciale Staten hebben voor dit project in 2019 geen besluiten genomen. Provinciale Staten zijn per brief geïnformeerd over de voortgang van station Werpsterhoeke (nr. 01697745).

Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
De aannemer moet de onderdoorgangen nog overdragen naar de gemeente omdat het werk nog niet helemaal gereed is. De aannemer moet namelijk nog een extra pompkelder maken. De provincie heeft er samen met ProRail bij de aannemer op aangedrongen om dit zo snel mogelijk te realiseren.

Voordat een start wordt gemaakt met de bouw van de perrons willen NS en ProRail zicht hebben op voldoende in- en uitstappers. Het is een risico dat het minimum aantal niet voor 2025 wordt gehaald. Het station moet dan later worden geopend.

6d        Capaciteitsvergroting van de spoorverbinding Leeuwarden – Sneek

Gewenste resultaten

Beleid

Verwacht je dat eind 2019 de beleidsuitvoering verlopen is volgens de inhoudelijke afspraken in het onderliggende document waarin het beleid is vastgesteld (beleidsnota, etc.)?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Tijd

Verwacht je dat eind 2019 het gewenste resultaat is gerealiseerd? Of, als de einddatum voor de realisatie verder in de tijd ligt: Verwacht je dat je eind 2019 op schema ligt om het gewenste resultaat te realiseren binnen de afgesproken termijn?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Geld

Verwacht je dat geld een belemmerende factor is voor het behalen van het gewenste resultaat? Of verwacht je dat het beschikbare budget toereikend is om in 2019 de gewenste resultaten te realiseren?

  • Geld vormt geen belemmerende factor: er wordt geen onder- of overbesteding verwacht
  • Er is een kans op overschrijding
  • Er is een overschrijding
  Beleid Tijd Geld
6d Capaciteitsvergroting Leeuwarden – Sneek

Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
In 2018 heeft de provincie samen met ProRail en Arriva een tijdelijke oplossing bedacht en uitgewerkt waarbij in de ochtendspits alleen vier treinen per uur rijden van Sneek naar Leeuwarden. Bij deze oplossing kunnen er maar twee treinen stoppen in Mantgum. Van Leeuwarden naar Sneek rijden er dan twee (lange) treinen per uur. In de middagspits is dit omgekeerd. Voor deze tijdelijke oplossing moeten er naast de aanpassingen aan het spooremplacement in Leeuwarden ook maatregelen worden getroffen bij Mantgum. Het streven is nog steeds om tijdens de spits in beide richtingen vier treinen te laten rijden die alle in Mantgum stoppen.

De planuitwerking van de tijdelijke oplossing is in 2019 conform planning afgerond. Ook is de provincie volgens planning een uitvoeringsovereenkomst aangegaan met ProRail ter voorbereiding op een uitvoeringsbeslissing. Hierover zijn Provinciale Staten per brief op 17 december 2019 (briefkenmerk: 01719502) geïnformeerd. Daarmee kan de planning voor het rijden van de 4e trein in december 2020 worden gehaald.

Wat heeft het gekost?
De planuitwerkingsfase heeft tot nu toe € 1,2 mln. gekost.

Welke besluiten zijn er nog genomen in het jaar 2019 door Provinciale Staten?
Provinciale Staten hebben voor dit project in 2019 geen besluiten genomen.

Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?

  • Het project is nu gericht op een tijdelijke oplossing zoals hierboven genoemd. De bedachte oplossing is nieuw voor ProRail. Het risico is dat een dergelijke oplossing op grond van bestaande regelgeving binnen ProRail (nog) niet wordt toegestaan. Dit kan opgelost worden door het emplacement in Leeuwarden aan te passen. In het BO-spoor van 24 mei jl. is daarom de intentie uitgesproken om de aanpassingen op het emplacement in Leeuwarden uit te voeren in relatie tot de tijdelijke maatregel.
  • Risico kan zijn dat de trein niet voor de indiensttreding van de nieuwe dienstregeling kan gaan rijden (december 2020). Bijvoorbeeld omdat er niet op tijd een aannemer wordt gevonden om de werkzaamheden voor de tijdelijke maatregel uit te voeren.
  • We blijven ons inzetten voor een dienstregeling met 4 treinen in beide richtingen tijdens de spits. Voor deze definitieve situatie is een bedrag nodig van € 20 tot € 36 mln. nodig om de grondstabiliteit op orde te brengen. Het risico is aanwezig dat dit bedrag niet beschikbaar komt.
Print deze pagina