9.3 Overige projecten

Jaarstukken

7. Heerenveen, stad van Sport (Nieuw Thialf, programma 5. Mienskip)

Het doel is een schaatsaccommodatie te behouden die voldoet aan de normen van deze tijd, bestemd voor (topsport)wedstrijden, (topsport)trainingen en recreatiesport. Tevens wordt gestreefd naar het behoud van de A-status. De ambitie is om het schaatshart van de wereld te worden met het snelste ijs.

Het project is uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van Thialf Onroerend Goed BV (OG), waarin de provincie voor 2/3 deel aandeelhouder is en de gemeente Heerenveen voor 1/3 deel. Het project bestaat uit vier onderdelen:

  1. Het vernieuwen van het schaatscomplex (geregeld);
  2. Het aanpassen van de governance op de Thialf organisatie (afhankelijk van de exploitatie);
  3. Aanbesteden van de exploitatie: (horeca en schoonmaak heeft inmiddels plaatsgevonden);
  4. De opening van het vernieuwde Thialf (heeft eind januari 2017 plaatsgevonden).

De provincie is als aandeelhouder én subsidieverstrekker betrokken bij het project.

Gewenste resultaten

Beleid

Verwacht je dat eind 2019 de beleidsuitvoering verlopen is volgens de inhoudelijke afspraken in het onderliggende document waarin het beleid is vastgesteld (beleidsnota, etc.)?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Tijd

Verwacht je dat eind 2019 het gewenste resultaat is gerealiseerd? Of, als de einddatum voor de realisatie verder in de tijd ligt: Verwacht je dat je eind 2019 op schema ligt om het gewenste resultaat te realiseren binnen de afgesproken termijn?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Geld

Verwacht je dat geld een belemmerende factor is voor het behalen van het gewenste resultaat? Of verwacht je dat het beschikbare budget toereikend is om in 2019 de gewenste resultaten te realiseren?

  • Geld vormt geen belemmerende factor: er wordt geen onder- of overbesteding verwacht
  • Er is een kans op overschrijding
  • Er is een overschrijding
  Beleid Tijd Geld
7 Heerenveen, stad van Sport

Wat wilden we bereiken en wat hebben we bereikt?
IJshal:
In 2014 is gestart met de (ver)bouwwerkzaamheden van de ijshal. De officiële opening van het vernieuwde Thialf was op 27 januari 2017. De afrekening van de verbouw van het vernieuwde Thialf was op 1 juli 2019.

IJshockeyhal:
De gemeente Heerenveen is eigenaar van de ijshockeyhal. De exploitatie van de ijshockeyhal is in handen van Thialf. Het groot onderhoud is de verantwoordelijkheid van Thialf OG B.V. (waar de provincie voor 2/3 deel aandeelhouder is).

Begin 2019 is een bouwkundig onderzoek uitgevoerd naar de constructie van de ijshockeyhal. Dit onderzoek heeft uitgewezen dat een ingrijpende renovatie van de ijshockeyhal nog niet hoeft te worden opgestart. De consolidatie van het dak was voorlopig voldoende. Na een korte sluiting is de ijshockeyhal op 1 februari 2019 weer opengegaan.
Niettemin is op termijn een verbouwing van de hal noodzakelijk. Deels vanwege de toestand van de ijsvloer, maar er is ook behoefte om activiteiten als curling en short track in de ijshockeyhal te kunnen organiseren. Deze sporten nemen een hoge vlucht.
De kosten voor onderhoud (ook het grote) zullen wel op het exploitatieresultaat van Thialf blijven drukken. Om toch tot een duurzame oplossing voor de ijshockeyhal te komen heeft de gemeente Heerenveen in 2019 opdracht gegeven aan een extern bureau om op basis van een reële schatting een nieuw plan te maken voor de ijshockeyhal. De verwachting is dat de uitkomsten hiervan in de loop van 2020 aan de aandeelhouders zullen worden gepresenteerd.

Wat heeft het gekost?
De subsidie aan de verbouwing van de ijshal bedroeg € 20 mln. REP (Ruimtelijk Economisch Pakket) en € 30 mln. Nuon (WurkjefoarFryslân). De provincie heeft voor de overname van de aandelen (2/3)  € 4 mln. uitgetrokken.  Ook is er een subsidie verstrekt  voor de aanleg van zonnepanelen. Zowel de subsidie voor de verbouwing als die voor de zonnepanelen is in 2019 afgerekend. Beide binnen het budget.
De jaarcijfers voor het seizoen 2017-2018 zijn ingediend en zijn door de aandeelhouders goedgekeurd op 3 september 2019. Ze zijn nu gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel.
Niettemin heeft de raad van Commissarissen op 17 december 2019 tijdens de laatste AvA van 2019 aangegeven dat er wel zorgen bestaan over de toekomstige exploitatie van Thialf. Dit heeft onder andere betrekking op de gestegen kosten voor energie en huisvesting en de contracten met de KNSB en ISU die niet meer een evenredige bijdrage leveren in de leniging van die kosten. Er is afgesproken dat Thialf begin 2020 zal komen met een plan ter reductie van de kosten.

Welke besluiten hebben Provinciale Staten in 2019 genomen?
Er zijn in 2019 geen besluiten genomen door uw Staten.

Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
– Risico’s exploitatie
In de algemene vergadering van aandeelhouders is het punt van aanbesteden verschillende keren aan de orde geweest. Uiteindelijk is besloten de Europese Commissie te consulteren of een aanbesteding plaats moet vinden, omdat er twijfel bestaat of marktpartijen de aandacht voor topsport voldoende kunnen realiseren.
In november 2018 is een verzoek ingediend bij het Ministerie van Binnenlandse zaken om de Europese Commissie te verzoeken een eventuele exploitatie door Thialf bv in overeenstemming te verklaren met de oorspronkelijke staatssteunmelding. De Europese Commissie heeft juni 2019 aangegeven dat ze zich niet per definitie opstelt ten gunste van externe aanbesteding. Dat maakt de weg vrij voor een eventuele exploitatie door Thialf b.v..
De Commissie heeft wel een aantal voorwaarden gesteld bij deze constructie. Die voorwaarden betreffen een minimum aan schaatsgerelateerde inkomsten en een marktconforme huur van het vastgoed door Thialf BV aan Thialf OG. Dat laatste is in het boekjaar 2018 / 2019 niet gebeurd. De provincie heeft dit in een reactie op die voorwaarden in oktober 2019 aan de Commissie gemeld. Wij wachten een reactie ten aanzien van dat punt nu af. Daarbij volgt een definitief oordeel van de Europese Commissie.

– Jaarrekening:
De jaarrekening 2017/2018 is in het tweede kwartaal van 2019 door Thialf opgemaakt. Die cijfers laten een hogere omzet zien dan het daaraan voorafgaande jaar. De cash flow laat echter een sterk dalende lijn zien. Reden waarom de aandeelhouders eind 2019 strengere eisen stelden aan de kostenreductie door Thialf zelf. Voor een verantwoorde exploitatie moet er aan nieuwe verdienmodellen gewerkt worden.

– IJshockeyhal:
Zolang de provincie aandeelhouder is van Thialf, blijft dit ook voor de provincie een risico. Wat betreft de ijshockeyhal zal de provincie als aandeelhouder van Thialf gevraagd worden om bij de renovatie een bijdrage te overwegen. Daar zijn echter nog geen middelen voor in de begroting opgenomen. Op grond van een motie van Provinciale Staten (nummer 1810) zullen Gedeputeerde Staten de eventuele plannen voor de verbouwing van de ijshockeyhal in het licht van de totale schaatssport in Fryslân in kaart brengen. De planning is dat op basis van deze business case in de zomer 2020 een concreet voorstel aan Provinciale Staten wordt voorgelegd.

8. RUG/Campus Fryslân (programma 4)

Gewenste resultaten

Beleid

Verwacht je dat eind 2019 de beleidsuitvoering verlopen is volgens de inhoudelijke afspraken in het onderliggende document waarin het beleid is vastgesteld (beleidsnota, etc.)?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Tijd

Verwacht je dat eind 2019 het gewenste resultaat is gerealiseerd? Of, als de einddatum voor de realisatie verder in de tijd ligt: Verwacht je dat je eind 2019 op schema ligt om het gewenste resultaat te realiseren binnen de afgesproken termijn?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Geld

Verwacht je dat geld een belemmerende factor is voor het behalen van het gewenste resultaat? Of verwacht je dat het beschikbare budget toereikend is om in 2019 de gewenste resultaten te realiseren?

  • Geld vormt geen belemmerende factor: er wordt geen onder- of overbesteding verwacht
  • Er is een kans op overschrijding
  • Er is een overschrijding
  Beleid Tijd Geld
8 RUG / Campus Fryslân

Wat wilden we bereiken en wat hebben we bereikt?
In onderstaande tabel (met peildatum 1 oktober 2019) staan zowel de doelen als de gerealiseerde opleiding en studentenaantallen.

(..)* aantal studenten afkomstig uit Fryslân.
Het aantal Friese studenten bij de opleidingen MEEM en Watertechnology zijn niet bekend. Deze opleidingen vallen onder de verantwoordelijkheid van respectievelijk de TUTwente en Wetsus.  Met deze partijen zijn geen afspraken over de het bijhouden van de herkomst van studenten.
**) een track (30 studiepunten) is een bepaalde richting binnen een master (totaal 60 studiepunten)

De start van nieuwe opleidingen heeft vertraging opgelopen ten opzichte van de oorspronkelijke planning in 2016. Dit heeft tot gevolg dat ook de studentenaantallen lager zijn dan in 2016 geprognosticeerd. Financieel betekent dit dat er t/m 2019 onderbesteding heeft plaatsgevonden. De projectperiode blijft ongewijzigd, namelijk t/m 2023.

Naar aanleiding van motie 1168 is in 2018 de subsidieregeling Universitair onderwijs Fryslân opengesteld. De 17 Friese studenten van de bacheloropleiding Global Responsibility & Leadership hebben allen een tegemoetkoming in het collegegeld ontvangen van de provincie. Zeven studenten in 2018 en tien studenten in 2019.

Enkele aanvullende resultaten
De RUG Campus Fryslân heeft in het voorjaar van 2019 de Campus Fryslân Extension School opgericht. Hierin  wordt onderwijs voor professionals aangeboden o.a. aan de hand van wetenschapscolleges.

Het door de provincie geïnitieerde Hoger Onderwijs Akkoord Fryslân (HOAF) heeft inmiddels een hechte samenwerking opgeleverd tussen de 13 kennispartners in Fryslân, waaronder de RUG Campus Fryslân. Samenwerking m.b.t. de onderlinge afstemming van opleidingen, de verdere uitvoering van de geactualiseerde Kennisagenda 2019-2025, de marketing en werving van studenten en binnen de stichting Leeuwarden Studiestad.

Wat heeft het gekost?
In totaal kost het project  RUG/Campus Fryslân € 57,1 mln. voor de periode 2016-2023. Daarvan is de provinciale bijdrage €17,83 mln. In 2019 is ruim € 2,9 mln. uitbetaald voor de realisatie van RUG/Campus Fryslân. Vanaf 2016 tot en met 2019 is inmiddels € 7,2 mln. uitbetaald.

Welke besluiten hebben Provinciale Staten in 2019 genomen?
Provinciale Staten hebben in 2019 geen besluiten over de RUG/Campus Fryslân genomen.

Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
De ambities in de plannen van RUG Campus Fryslân zijn hoog, zoals blijkt uit het Ontwikkelplan 2016. De RUG ging uit van een periode van zes à zeven jaar om 1000 studenten en 50 promovendi aan Fryslân te binden. Uit het overzicht blijkt dat de studentenaantallen achterlopen bij de geprognosticeerde aantallen uit 2016. Hierbij kan het volgende worden opgemerkt:

  • in de beschikking is rekening gehouden met een vertraging van twee jaar in de opbouwfase. Door deze vertraging is er een onderbesteding. De voorschotten van de provincie zijn hierop aangepast, d.w.z. verlaagd;
  • de RUG draagt het financiële risico wanneer er sprake is van een lagere instroom van studenten;
  • vastgelegd is dat de RUG tenminste 15 jaar in Fryslân/Leeuwarden blijft.

Oorzaak van minder studenten dan in 2016 gepland ligt voor een belangrijk deel in de complexe trajecten die moeten worden afgelegd voor het opstarten van nieuwe opleidingen: afstemming met andere opleidingen/faculteiten/HO-instellingen en het doorlopen van de macrodoelmatigheidstoets en accreditatietoets. Dit is bepalend voor het tempo waarin nieuwe masters of master/tracks van start kunnen gaan. Door late accreditatie kon ook later dan gepland worden gestart met de werving van studenten voor de betreffende opleidingen. Tevens hebben nieuwe opleidingen tijd nodig om bekendheid te krijgen onder potentiële studenten. Ook heeft Leeuwarden nog geen status als studentenstad voor WO-studenten.

Conclusie
Dat de geprognosticeerde studentenaantallen niet worden gehaald in 2023 is een reëel risico. Voor de te nemen vervolgstappen is 2020 een belangrijk jaar. Hierover hebben wij uw Staten geïnformeerd in onze brief (met kenmerk 01716411) van 17 december 2019.

9. Leeuwarden-Fryslân 2018 (programma 5)

Gewenste resultaten

Beleid

Verwacht je dat eind 2019 de beleidsuitvoering verlopen is volgens de inhoudelijke afspraken in het onderliggende document waarin het beleid is vastgesteld (beleidsnota, etc.)?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Tijd

Verwacht je dat eind 2019 het gewenste resultaat is gerealiseerd? Of, als de einddatum voor de realisatie verder in de tijd ligt: Verwacht je dat je eind 2019 op schema ligt om het gewenste resultaat te realiseren binnen de afgesproken termijn?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Geld

Verwacht je dat geld een belemmerende factor is voor het behalen van het gewenste resultaat? Of verwacht je dat het beschikbare budget toereikend is om in 2019 de gewenste resultaten te realiseren?

  • Geld vormt geen belemmerende factor: er wordt geen onder- of overbesteding verwacht
  • Er is een kans op overschrijding
  • Er is een overschrijding
  Beleid Tijd Geld
9 Leeuwarden-Fryslân 2018

Leeuwarden is op 6 september 2013 uitgeroepen tot Europese Culturele Hoofdstad in 2018. Leeuwarden – Fryslân heeft zich  namens Nederland gepresenteerd op Europees niveau met 60 grote culturele evenementen en honderden mienskipsprojecten, verspreid over heel Fryslân. Conform de doelstelling is Leeuwarden – Fryslân 2018 een breed volksfeest geworden waaraan iedereen, jong en oud, kon meedoen en meedeed.
Voor de culturele evenementen was de stichting Kulturele Haadstêd 2018 verant­woordelijk.
Voor de programma’s en projecten voor de lange termijn, de legacy, zijn met name de provincie en gemeente Leeuwarden verantwoordelijk. Dit wordt hierna aangeduid als Leeuwarden – Fryslân 2028 (LF2028). De kwartiermakersfase is inmiddels afgerond. Op 11 juli 2019 is een nieuw bidbook gepresenteerd met ambities richting 2028: Generatie 2028.

Wat wilden we bereiken en wat hebben we bereikt?
Met honderden evenementen in Fryslân en met mln.en bezoekers, kijken stichting, gemeente en provincie terug op een zeer geslaagd jaar. De financiële (eind)rapportage zou worden afgehandeld in de loop van het jaar. Dit zal echter het voorjaar van 2020 worden: de garantiesubsidies en de jaarrekening 2019 van de stichting zullen eind april 2020 tegelijk door de accountant gecontroleerd worden.

Op 28 februari 2019 zijn Provinciale Staten geïnformeerd over de slotmeting van LF2018. Uit het onderzoek blijkt dat de meeste doelen zijn gehaald. Dit geldt voor de economische KPI’s (Kritieke Prestatie-indicatoren), zoals het aantal bezoekers, de inkomsten uit het hoofdprogramma en het beoogde herhaalbezoek, maar ook voor de indicatoren van de beoogde verandering die het programma teweeg moest brengen. Ook de stijgende waardering voor LF2018 gedurende het jaar en de toegenomen participatie onder bewoners die weinig affiniteit hadden met cultuur laten zien dat de Culturele Hoofdstad iets in beweging heeft gezet. Nog niet voor alle KPI’s kunnen conclusies worden getrokken, dit geldt bijvoorbeeld voor de banengroei in de landbouw- en watersector die in 2025 moet zijn bereikt. Voor deze KPI’s is een positieve trend vastgesteld, maar of het doel wordt gehaald, moet worden afgewacht.

Wat heeft het gekost?
In de meerjarenbegroting van de provincie is voor een bedrag van € 15,8 mln. aan subsidie opgenomen voor de uitvoering van het bidbook door stichting Leeuwarden-Fryslân. Op 21 juni 2017 hebben Provinciale Staten besloten om in aanvulling hierop € 2,25 mln. beschikbaar te stellen, bestaande uit:
a. € 875.000 voor extra marketinginspanningen;
b. € 875.000 voor het bestaande dekkingstekort van Stichting LF2018;
c. € 500.000 voor het ontwikkelen van een legacy-programma en -organisatie

Daarnaast hebben Provinciale Staten in 2017 besloten tot:

  • een risicovoorziening van maximaal € 2 mln. voor de in juni 2017 geïdentificeerde risico’s op met name de fondsen- en sponsoropbrengsten bij de stichting, 11Fonteinen en de BTW van de Rijksbijdrage.
  • het oprichten van een waarborgfonds van € 1 mln. voor het afdekken van ticketrisico’s bij producties die in overwegende mate afhankelijk zijn van ticketopbrengsten. Dit bedrag is aangevuld tot € 1,533 mln. door de gemeente Leeuwarden en het Fonds Podiumkunsten. Op basis van een voor dit doel gemaakte subsidieregeling zijn ticketrisico’s gedeeld. Bij tegenvallende ticketverkopen wordt bijgedragen; bij meevallende verkopen wordt gestort door de subsidieaanvrager.
    Alle subsidies en betalingen aan provincie zijn inmiddels vastgesteld. Een eerder gemeld bezwaar is ingetrokken. Per saldo levert dit een bate op van ruim € 22.000.
    Bij de behandeling van Agenda 2028 hebben PS besloten het resterende bedrag (iets groter dus dan € 1,0 mln.) blijvend beschikbaar te stellen als dekking voor ticketrisico’s bij culturele producties na 2018. Deze regeling voor ticketrisico’s zal in 2020 gereed zijn.

Bij de 1e Berap 2019 is € 150.000 beschikbaar gesteld voor dekking van een onverwacht tekort op het project At the Watergate.

De financiële afronding/eindafrekening van het hele project LF2018, wordt voorzien in eerste helft van 2020.

Welke besluiten hebben Provinciale Staten in 2019 genomen?
In 2019 zijn er door Provinciale Staten geen besluiten genomen over LF 2018.

Provinciale staten zijn geïnformeerd over:

  • de voortgang rond de afronding van de 11Fonteinen bij brief van 12 februari 2019 (kenmerk 01637363).
  • de slotmeting LF2018 en de voortgang van de ingediende moties rond het voorstel van Agenda2028 bij brief van 28 februari 2019 (kenmerk 01635792)
  • de voortgang rond de afronding financiën st. LF2018 bij brief van 29 oktober 2019 (kenmerk 01702645).

Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
De risicovoorziening van maximaal € 2 mln. voor de in juni 2017 geïdentificeerde risico’s op met name de fondsen- en sponsoropbrengsten bij de stichting en de BTW van de Rijksbijdrage had drie doelen:

  1. BTW-problematiek gemeente Leeuwarden
  2. Afspraken met Stichting LF2018
  3. 11Fonteinen

Ad1 BTW-problematiek gemeente Leeuwarden
De provincie heeft € 650.000,- aan de gemeente Leeuwarden betaald als bijdrage in de tegenvaller van € 1,3 mln., doordat een deel van de rijksbijdrage in het BTW compensatiefonds is gestort.

Ad2 Afspraken met Stichting LF2018
Met de toegekende maximale subsidies van elk maximaal € 750.000,- hebben gemeente en provincie voorzien in het (in augustus 2018 voorziene) geraamde tekort. In de loop van dit jaar weten we hoeveel de eindafrekening bedraagt. Op basis van voorlopige realisatiecijfers 2018 is duidelijk dat de uiteindelijke bijdrage substantieel lager zal zijn de maximale subsidie van € 750.000,-. Definitieve cijfers volgen op basis van de rekening 2019 van de stichting (voorjaar 2020). Zoals hierboven gemeld, wordt deze eindafrekening gekoppeld aan de afrekening van de jaarrekening 2019.

Ad3 11Fonteinen
Zoals wij in de brief aan uw Staten van 12 februari jl. hebben aangekondigd, hebben wij het totale overzicht van de uitgaven en inkomsten van 11fountains nu in beeld. Ten opzichte van de begroting van € 5,6 mln. is er sprake van een tekort op de (sponsor)inkomsten van € 762.000,- en een overschrijding van de kosten van € 488.000,- Het totale tekort op de begroting van 11Fonteinen bedroeg daarmee € 1,25 mln..

Omdat het totale tekort voor een groot deel bestaat uit het tekort op (sponsor)inkomsten hebben wij de gemeenten het voorstel gedaan om als provincie verantwoordelijkheid te nemen voor het tekort op de (sponsor)inkomsten van € 762.000,-. Op basis van de aangegane verplichtingen biedt de eerder genoemde risicovoorziening een ruimte van € 600.000,-. Verwacht wordt dat de resterende € 162.000,- ook gedekt kan worden binnen de voorziening. Zoals aangegeven wordt op basis van de rekeningcijfers 2018 verwacht dat de bijdrage in het tekort van LF 2018 substantieel lager zal zijn dan de toegekende maximale € 750.000,-.
Gemeenten staan daarnaast voor de onderlinge verdeling van de kosten van € 488.000,-
Inmiddels heeft vaststelling van vorderingen en verrekening van kosten per gemeente plaats gevonden en hiermee is het totale financiële eindbeeld van 11fountains sluitend.

9a. Leeuwarden-Fryslân 2028 – Agenda 2028 – (programma 5. mienskip, 4. Economie en  3.omgeving)

Gewenste resultaten

Beleid

Verwacht je dat eind 2019 de beleidsuitvoering verlopen is volgens de inhoudelijke afspraken in het onderliggende document waarin het beleid is vastgesteld (beleidsnota, etc.)?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Tijd

Verwacht je dat eind 2019 het gewenste resultaat is gerealiseerd? Of, als de einddatum voor de realisatie verder in de tijd ligt: Verwacht je dat je eind 2019 op schema ligt om het gewenste resultaat te realiseren binnen de afgesproken termijn?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Geld

Verwacht je dat geld een belemmerende factor is voor het behalen van het gewenste resultaat? Of verwacht je dat het beschikbare budget toereikend is om in 2019 de gewenste resultaten te realiseren?

  • Geld vormt geen belemmerende factor: er wordt geen onder- of overbesteding verwacht
  • Er is een kans op overschrijding
  • Er is een overschrijding
  Beleid Tijd Geld
9a Leeuwarden – Fryslân 2028

Leeuwarden was in 2018 Europese Culturele Hoofdstad. Leeuwarden – Fryslân is nationaal en internationaal op de kaart gezet. Dit willen we vasthouden en uitbouwen.

Wat willen we bereiken en wat hebben we bereikt?
Om de in gang gezette ontwikkelingen bij LF2018 te verduurzamen is in oktober 2018 Agenda2028 vastgesteld.

Agenda2028 bevat voorstellen om het leef- en vestigingsklimaat voor burgers en bedrijven verder te ontwikkelen met cultuur als krachtige katalysator. Dit doen we aan de hand van vijf programmalijnen:

  1. Versterken economie en cultuurtoerisme
  2. Verbeteren artistiek klimaat
  3. Werken aan ecologie en circulariteit
  4. Elkenien docht mei
  5. Meertaligheid / Frysk

Agenda2028 voorziet in een langjarig en aantrekkelijke programmering als “plus” bovenop de bestaande en reguliere activiteiten in de provincie, met als bovenliggende doelen:

  • Via culturele interventies verschillende maatschappelijke issues (economisch, sociaal, ecologisch) bespreekbaar maken;
  • Blijvende (inter)nationale aandacht;
  • Blijvende energie in Fryslân (zowel bij amateurs als professionals);
  • Blijvend investeren in A-merk Fryslân, met effect op inkomend toerisme

We willen hiermee tevens bijdragen aan de global goals.

Voor de programma’s en projecten voor de lange termijn, de legacy, zijn met name de provincie en gemeente Leeuwarden verantwoordelijk. Hierna wordt dit aangeduid als Leeuwarden – Fryslân 2028. Provincie Fryslân en gemeente Leeuwarden hebben kwartiermakers aangetrokken voor het programma en de (culturele) marketing. In het eerste kwartaal 2019 is een marketingplan voor LF2028 opgeleverd en in juli 2019 lag er een nieuw bidbook LF2028,Generatie 2028. In 2019 zijn onder de vlag van LF2028 verschillende producties uitgevoerd, zoals Wij Vikingen, Gezonken Schatten, Plons! Filmfestival en de Stadsoase. Daarnaast werd de mienskip betrokken door actief en gratis deel te nemen aan o.a. de Verhalenavond, LUNA, Fair Saturday en Iepen Air Bios.
Een van de meest impactvolle LF-projecten van 2019 was Over de Drempel. Middels een open call konden zowel maatschappelijke initiatieven als (cultuur)makers projecten indienen voor een bijdrage vanuit LF2028. Voorwaarde was dat de projecten op een culturele manier een bijdrage in de strijd tegen eenzaamheid zouden leveren. Na meer dan 30 inzendingen werden 7 projecten gekozen, die allen in 2020 van start gaan (Zelf, OmaPost, Liefdes(b)ode, Luidkeels Samen, Karavaan van de Vriendschap, Niemand is hier eenzaam en Verhalen Ophalen).

Wat heeft het gekost?
Op 31 oktober 2018 hebben uw Staten besloten over het voorstel Agenda2028 (de legacy) en middelen voor 2019 en 2020 (€2 mln. op jaarbasis) beschikbaar gesteld en daarnaast het waarborgfonds ticketrisico’s (€ 1 mln.) beschikbaar gesteld als dekking voor ticketrisico’s bij culturele producties. Bij het coalitieakkoord in juni 2019 is voor de periode 2021-2023 een bedrag van € 6 mln. beschikbaar gesteld voor het voorzetten van LF2028. Voor de jaren 2024-2028 zijn nog geen middelen beschikbaar gesteld.
2019 was het startjaar van het project LF 2028, dat zich voltrekt in meerdere jaren. Meteen in het eerste jaar zijn er door de programmaorganisatie flinke stappen gezet, maar mede door opstart en voorbereiding zullen niet alle voor 2019 beschikbare middelen worden benut. Deze zijn bij de 2e Berap beschikbaar gesteld voor 2020.

Welke besluiten hebben Provinciale Staten in 2019 genomen?
In 2019 zijn er door Provinciale Staten geen besluiten genomen over LF 2028.
Provinciale staten zijn geïnformeerd over:
– de inrichting van de projectorganisatie (governance), criteria voor programmering bidbook voor LF2028 en de voortgang van diverse moties, waaronder Iepen Up Live en Marketing LF2028 bij brief van 28 februari 2019;

Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
Eén van de risico’s is het verwerven van voldoende budget (ook via deelnemers, fondsen, sponsoren) om de kwaliteit van de programmering vast te houden. Dit geldt met name in de triënnale jaren. Daarnaast is er geen afzonderlijk budget voor marketing van LF2028.

10. Europese watertechnologiehub (programma 4)

Gewenste resultaten

Beleid

Verwacht je dat eind 2019 de beleidsuitvoering verlopen is volgens de inhoudelijke afspraken in het onderliggende document waarin het beleid is vastgesteld (beleidsnota, etc.)?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Tijd

Verwacht je dat eind 2019 het gewenste resultaat is gerealiseerd? Of, als de einddatum voor de realisatie verder in de tijd ligt: Verwacht je dat je eind 2019 op schema ligt om het gewenste resultaat te realiseren binnen de afgesproken termijn?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Geld

Verwacht je dat geld een belemmerende factor is voor het behalen van het gewenste resultaat? Of verwacht je dat het beschikbare budget toereikend is om in 2019 de gewenste resultaten te realiseren?

  • Geld vormt geen belemmerende factor: er wordt geen onder- of overbesteding verwacht
  • Er is een kans op overschrijding
  • Er is een overschrijding
  Beleid Tijd Geld
10 Europese watertechnologiehub

Wat wilden we bereiken en wat hebben we bereikt?
Wij hebben projecten gefaciliteerd en aangejaagd die passen in het Uitvoeringskader Watertechnologie 2014-2020 en de Beleidsbrief ‘Wurkje mei Fryslân’. Inmiddels zijn Leeuwarden en Fryslân dé Europese waterhub. Watertechnologie is een kansrijke sector met een groeiverwachting voor de werkgelegenheid. De ambitie van het Uitvoeringskader Watertechnologie 2014-2020 is dat deze sector in 2020 minimaal 2.000 kenniswerkers telt. Het afgeleide resultaat is een flinke toename van werkgelegenheid bij de toeleverende industrie en dienstverlening. Het totaal aantal (structurele) banen in de watertechnologie in Fryslân is rond de 2.300 fte.

Een belangrijke partij van de WaterCampus Leeuwarden is Wetsus. Het Wetsus-programma werkt met promovendi (PhD’s). Om het onderzoek te kunnen continueren en PhD’s te kunnen aanstellen op vierjarig contract had Wetsus in 2019 duidelijkheid nodig over de voortzetting van de financiering na 2020. Vanuit de provincie krijgt Wetsus een financiële bijdrage voor de jaren 2021, 2022 en 2023 van €1.125.000,- per jaar. Ook daarna zal mogelijk een regionale bijdrage nodig zijn.

In opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), is in oktober 2018 een expertgroep van wetenschappelijke experts en stakeholders gevraagd advies uit te brengen over o.a. oplossingen en aanbevelingen voor het borgen van de financiering van Wetsus vanaf 2021 (inclusief mogelijke overbrugging). De uitkomst van de verkenning door de expertgroep is gereed in het eerste kwartaal van 2020.

Daarnaast is gestart met het evalueren van de uitvoering van het WaterCampus Actieplan. De evaluatie wordt uitgevoerd door een extern bureau. De uitkomsten van de evaluatie zijn gereed in het eerste kwartaal van 2020. De uitkomsten van de evaluatie zullen input geven voor het tweede WaterCampus Actieplan voor de periode 2021 – 2023. Uw Staten ontvangen ter informatie zowel de verkenning van de expertgroep over de mogelijkheden van financiering van Wetsus, als ook de uitkomsten van de evaluatie van het WaterCampus Actieplan.

Jaarlijks wordt over de uitvoering van het WaterCampus Actieplan een monitor uitgevoerd. De uitkomsten van de monitor over 2019 zijn te raadplegen via de volgende link: Monitoring 2019 WaterCampus.

Wat heeft het gekost?
Het (regio) REP-budget van €13 mln., dat in 2014 door PS beschikbaar is gesteld ten behoeve van het Uitvoeringskader Watertechnologie 2014 – 2020, is bijna helemaal weggezet in de vorm van subsidie aan de volgende projecten:

  1. Watercampus Actieplan 2017-2020
  2. Researchinfrastructuur Wetsus
  3. Internationalisering Friese Watertechnologiesector

Voor het WaterCampus Actieplan 2017-2020 is een provinciale bijdrage van € 6.030.000,- beschikbaar gesteld vanuit de beschikbare middelen REP-regio. De bijdrage is in tranches van twee jaar (zijnde € 3.015.000,- per tranche) beschikbaar gesteld. De subsidie voor de periode 2017-2018 is intussen vastgesteld.

Daarnaast heeft het Dagelijks Bestuur van het SNN op 2 december 2012 ingestemd met een bijdrage aan de Stichting Wetsus uit het centrale deel van het REP (het zgn. RijksREP) van €38 mln.. Eerst is een bijdrage van €19 mln. beschikbaar gesteld voor de periode 2013-2016. De €19 mln. voor de periode 2017 tot en met 2020 is in 2016 toegekend na een positieve evaluatie van Wetsus.

Begin 2017 is ten behoeve van het project “Research infrastructuur Wetsus 2017-2020” een subsidie van €3.019.804,- beschikbaar gesteld vanuit REP-regio en € 480.196,- vanuit het restant RijksREP. En ten slotte is in 2018 een subsidie van €1.517.000,- verstrekt aan de Water Alliance om een impuls te geven aan de internationalisering van de Friese watertechnologiesector. De einddatum van 31 december 2020 is intussen met twee jaar verlengd naar 31-12-2022. Met deze verlenging kan de Water Alliance de verplichte bijdrage voor nieuw te starten Europese projecten co-financieren. Dergelijke projecten hebben vaak een voorbereidingstijd nodig van 1 tot 1,5 jaar en een  uitvoeringsperiode van 2 tot 4 jaar, waarbij in jaar 0 de garantie moet worden afgegeven voor de financiering van de eigen bijdrage. De oorspronkelijke projectperiode was hiervoor te kort.

Welke besluiten hebben Provinciale Staten in 2019 genomen?
Provinciale Staten hebben in 2019 geen besluit over de Europese watertechnologiehub genomen.

Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
Om uit te groeien tot Europese hub op het gebied van Watertechnologie is zekerheid over langjarige continuïteit van Wetsus een essentiële voorwaarde. Dit geldt zowel voor de contracten met het bedrijfsleven en vooraanstaande universiteiten als voor het aantrekken van de beste onderzoektalenten. Het Wetsus-programma werkt met promovendi die moeten worden aangesteld op een vierjarig contract. De financiering van Wetsus is vanaf 2021 nog niet langjarig geborgd. Mogelijk biedt de uitkomst van de verkenning door eerdergenoemde expertgroep kansen voor de financiering van Wetsus voor de korte- middellange- en lange termijn. Wij blijven onze lobby inzet richting o.a. Rijk en EU continueren. Ook ten behoeve van de mogelijkheden van de financiering van het totale innovatie ecosysteem van de WaterCampus.

Er zijn geen nieuwe risico’s bijgekomen.

11. De Nieuwe Afsluitdijk (programma’s 2. infrastructuur, 3. omgeving en 4. economie)

Gewenste resultaten

Beleid

Verwacht je dat eind 2019 de beleidsuitvoering verlopen is volgens de inhoudelijke afspraken in het onderliggende document waarin het beleid is vastgesteld (beleidsnota, etc.)?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Tijd

Verwacht je dat eind 2019 het gewenste resultaat is gerealiseerd? Of, als de einddatum voor de realisatie verder in de tijd ligt: Verwacht je dat je eind 2019 op schema ligt om het gewenste resultaat te realiseren binnen de afgesproken termijn?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Geld

Verwacht je dat geld een belemmerende factor is voor het behalen van het gewenste resultaat? Of verwacht je dat het beschikbare budget toereikend is om in 2019 de gewenste resultaten te realiseren?

  • Geld vormt geen belemmerende factor: er wordt geen onder- of overbesteding verwacht
  • Er is een kans op overschrijding
  • Er is een overschrijding
  Beleid Tijd Geld
11 De Nieuwe Afsluitdijk

De Nieuwe Afsluitdijk (DNA) is een samenwerkingsverband van de provincies Fryslân, Noord-Holland en de gemeenten Hollands Kroon, Harlingen en Súdwest-Fryslân. Provincie Fryslân is penvoerder van het programma. De Nieuwe Afsluitdijk heeft projecten in ontwikkeling die (deels) meelopen in het Rijkscontract voor de versterking van de Afsluitdijk (projecten waaronder de Vis­migratie­rivier (Deel 1) en fietspaden) en ondersteunt projecten van derden (Blue Energy, getijdenenergie). Daarnaast ontwikkelt en realiseert het programma ‘eigen’ projecten (o.a. Vismigratierivier (Deel 2), Afsluitdijk Wadden Center bij Kornwerderzand, Verbreding van de Sluis bij Kornwerderzand).

Welke besluiten hebben Provinciale Staten in 2019 genomen?
Provinciale Staten hebben voor dit programma in 2019 geen besluiten genomen.

Wat heeft het gekost?
In 2019 is aan het totale DNA programma € 3,6 mln. besteed. Dit is uitgegeven aan onder andere vismigratierivier,  programmakosten, beleefcentrum en sluis Kornwerderzand. Het bedrag is fors lager dan de ruim € 10 mln. die in de begroting was opgenomen voor besteding in 2019. Dit is met name veroorzaakt door een vertraging van het bestedingsritme van de vismigratierivier. Zie hiervoor ook de tekst hierna.

Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
In 2018 is het Rijkscontract voor de versterking van de Afsluitdijk gegund aan Levvel B.V., een  combinatie van; Van Oord, BAM en Rebel. De eerste helft van 2019 stond in het teken van de verdere voorbereiding van de renovatie. Een noodzakelijke maatregel was het afsluiten van het fietspad. Fietsers, voetgangers en andere kleine voertuigen gebruikmakend van het fietspad zullen per bus naar de andere kant van de dijk gebracht worden. Kornwerderzand en het Afsluitdijk Wadden Center blijven wel bereikbaar. Inmiddels heeft Levvel het eerste deel van de dijk, tussen Zurich en Kornwerderzand, versterkt. Tegelijkertijd is Windpark Fryslân (WPF) begonnen met de eerste werkzaamheden op de Afsluitdijk. De kabel naar het vaste land is gelegd en de eerste werkzaamheden aan de natuurvoorziening zijn van start gegaan.

Vismigratierivier
Het project Vismigratierivier is inhoudelijk (ontwerphoofdlijn), financieel en planologisch rond. In verband met complexe raakvlakken met de projecten versterking Afsluitdijk en Windpark Fryslân, actief in hetzelfde gebied, is de aanbesteding van deel 2 van de vismigratierivier opgeschoven. Door de raakvlakken is het project in drie onderdelen opgedeeld. Middels de percelenregeling hebben we een klein deel van het werk inmiddels gegund, zijnde de bouw van de westelijke dam in het IJsselmeer (samenwerking met natuurvoorziening WPF). Door de complexe raakvlakken is het niet gelukt de scope voldoende duidelijk te krijgen om in november jl. de rest van de aanbesteding te starten. In verband met het unieke karakter van dit project vindt er nog een second opinion plaats op de contractstukken voor we de aanbesteding starten. Het streven is nu medio 2020 de aanbesteding te starten. Het project ligt nog steeds op koers om, conform afspraken in de realisatieovereenkomst met het Rijk, medio 2023 gereed te zijn.

Duurzame Energie projecten
De Afsluitdijk is een ideale proeftuin voor nieuwe innovaties op het gebied van duurzame energie. Op/bij de dijk wordt momenteel getest met Blue Energy, getijdenenergie en een onderwaterkite. De testfaciliteit Blue Energy op Breezanddijk draait met succes. Voor de opschaling zijn verschillende opties. De testfaciliteit blijft in alle gevallen actief op de Afsluitdijk. Op het Wad nabij Breezanddijk wordt ook getest met een onderwaterkite: een vlieger die energie opwekt door gebruik te maken van de stroming. Voor de doorontwikkeling van de techniek bij Ameland heeft het Waddenfonds onlangs een subsidie beschikt.

De tijdelijke proefinstallatie met getijdenenergie bij Den Oever is voorlopig verwijderd in verband met de renovatiewerkzaamheden. Voor verwijdering zijn nog een aantal ecologische testen uitgevoerd in verband met toekomstige vergunningen. De resultaten zijn positief en bieden perspectief voor de toekomstige ontwikkeling van getijdenenergie. Helaas is het bedrijf achter de techniek eind 2019 failliet gegaan. De techniek is inmiddels overgenomen door een Brits/Schots bedrijf. De verwachting is dat de projecten op de Afsluitdijk definitief niet door zullen gaan.
PS hebben in 2016 besloten middelen beschikbaar te stellen voor de backbone, de elektrificatie van het Friese deel van de Afsluitdijk. Tennet heeft een locatiestudie uitgevoerd voor een nieuw onderstation nabij de Afsluitdijk. Op dit nieuwe station wordt de kabel van WPF aangesloten. Er zijn meerdere locaties onderzocht, o.a. bij Zurich en Bolsward. PS hebben in een motie kenbaar gemaakt een voorkeur te hebben voor een locatie nabij Bolsward. Uit de studie blijkt nu ook een voorkeur voor locatie Bolsward.  Een onderstation bij Bolsward heeft mogelijk gevolgen voor de aansluiting van projecten op de Afsluitdijk. De consequenties worden momenteel door Rijkswaterstaat onderzocht.

In december 2017 is door PS een motie aangenomen om een breed Living Lab, meerdere thema’s, op de Afsluitdijk te verkennen. De verkenning loopt en de belangstelling vanuit de onderwijssector is groot. Momenteel wordt samen met het onderwijsveld geïnventariseerd welke onderwerpen zich als eerste lenen voor een Living Lab en of er een reële businesscase kan ontstaan. Een Living Lab rondom Duurzame Energie op de Afsluitdijk is een voor de hand liggende keuze en past mooi bij de ambitie om op de Afsluitdijk te testen met nieuwe innovaties.

Brede Sluis
In juni 2019 hebben regio en Rijk (Minister I&W) een akkoord bereikt over de financiering van het project Verruiming Sluis Kornwerderzand. Mede in samenspraak met het Rijk is de voorkeursvariant geoptimaliseerd en is begroot op € 199 mln. Hiervan neemt de regio € 88 mln. voor haar rekening. Het restant, € 111 mln., wordt bijgedragen door het Rijk. Met de minister van I&W is onder meer afgesproken dat de provincie de uitvoering van het werk onder haar verantwoordelijkheid organiseert en laat uitvoeren.
Inmiddels zijn de afspraken tussen Rijk en regio vastgelegd in een Bestuursovereenkomst. Ondertekening wacht op het definitief afronden van de gemaakte financieringsafspraken. Zo moet er nog een aanvraag bij het Waddenfonds worden ingediend en wordt nog door de marktpartijen, die een bijdrage van € 26,5 mln. hebben toegezegd, overleg gevoerd met het Rijk over een regeling op basis waarvan de marktbijdrage kan worden afgedragen. Met de marktpartijen is afgesproken aan het einde van het eerste kwartaal duidelijkheid te hebben over deze regeling.
Met Rijkswaterstaat wordt, in aansluiting op de Bestuursovereenkomst, gewerkt aan een realisatieovereenkomst. In deze overeenkomst worden de afspraken over de uitvoering en de betrokkenheid van Rijkswaterstaat als beheerder vastgelegd.
Ervan uitgaande dat  de financieringsafspraken in 2020 definitief rond komen, verwachten we medio 2020 naar Provinciale Staten te gaan om de financiële afspraken en overeenkomsten voor te leggen.

Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
Vergunbaarheid stromingsenergie
De vergunbaarheid van de democentrale bij Kornwerderzand en het Tidal Testing Center (TTC) bij Den Oever is geen aandachtspunt meer. Afgelopen periode zijn er ecologische testen uitgevoerd. De resultaten bleken positief. Echter is het bedrijf achter de techniek failliet gegaan. We gaan er vanuit dat de democentrale stromingsenergie bij Kornwerderzand er niet zal komen.

Financiering sluis
De minister heeft aangegeven dat zij geen risico’s wenst te aanvaarden voor dit project, uitgezonderd het risico van niet gesprongen explosieven. De provincie heeft weliswaar de ruimte om het project zelfstandig te organiseren en uit te voeren, maar dit betekent ook dat de provincie staat voor de risico’s in het project. Echter, elk project kent risico’s in de voorbereiding- en bouwfase. In de raming van projecten zijn dergelijke risico’s vertaald in een opslag in de totale projectraming. Het project brede sluis is planologisch geregeld, maar er moeten nog wel bepaalde vergunningen worden aangevraagd. In dat kader is o.a. de PAS en PFAS een actueel thema, maar op dit moment nog geen probleem.

12.  Breedbandinfrastructuur in Fryslân

Gewenste resultaten

Beleid

Verwacht je dat eind 2019 de beleidsuitvoering verlopen is volgens de inhoudelijke afspraken in het onderliggende document waarin het beleid is vastgesteld (beleidsnota, etc.)?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Tijd

Verwacht je dat eind 2019 het gewenste resultaat is gerealiseerd? Of, als de einddatum voor de realisatie verder in de tijd ligt: Verwacht je dat je eind 2019 op schema ligt om het gewenste resultaat te realiseren binnen de afgesproken termijn?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Geld

Verwacht je dat geld een belemmerende factor is voor het behalen van het gewenste resultaat? Of verwacht je dat het beschikbare budget toereikend is om in 2019 de gewenste resultaten te realiseren?

  • Geld vormt geen belemmerende factor: er wordt geen onder- of overbesteding verwacht
  • Er is een kans op overschrijding
  • Er is een overschrijding
  Beleid Tijd Geld
12 Breedbandinfrastructuur in Fryslân

Wat wilden we bereiken en wat hebben we bereikt?
In de PS-vergadering van 25 januari 2017 zijn de beleids- en politiek-bestuurlijke kaders voor de nieuwe aanpak voor breedband vastgesteld. Hierna is overgegaan tot een verdere uitwerking en implementatie van deze nieuwe aanpak. Conform planning is op 3 oktober 2017 een verleningsbesluit op de achtergestelde lening genomen. Kabelnoord is hierbij als winnaar uit de tenderprocedure gekomen. Op 3 april 2018 zijn de provincie en Kabelnoord een leningsovereenkomst overeengekomen. Hierover bent u op 29 maart 2018 geïnformeerd (brief met kenmerk 01508814).

Kabelnoord heeft in 2019 in alle Friese gemeenten de vraagbundeling afgerond. Kabelnoord heeft dit jaar de buitengebieden van de gemeenten Tytsjerksteradiel, Achtkarspelen en Opsterland aangesloten. Daarnaast zijn ze dit jaar gestart met de uitrol van glasvezel in de gemeente Ooststellingwerf, Weststellingwerf, Heerenveen, Dantumadiel en Smallingerland.

Kabelnoord sluit tot nog toe alle adressen in het buitengebied aan onder dezelfde voorwaarden en kosten. Er zijn op dit moment nog geen onrendabele adressen te benoemen. Of dit daadwerkelijk het geval is, moet blijken uit nacalculatie.

Er heeft zich in september 2018 een commerciële partij gemeld die glasvezel wil aanbieden, namelijk Glasvezel Buitenaf. Zij zijn de samenwerking aangegaan met DFM op Glas om ook de kernen te voorzien van glasvezel. Dit heeft in 2019 geresulteerd in een positieve vraagbundeling in het buitengebied in de gemeenten De Fryske Marren en Súdwest-Fryslân. Vooralsnog zullen alleen in de gemeente De Fryske Marren ook de kernen aangelegd worden. Kabelnoord heeft zich in deze twee gemeenten teruggetrokken. Ook in delen van de gemeenten De Waadhoeke en Weststellingwerf zal Glasvezel Buitenaf een glasvezelnetwerk aanleggen.

DFM op Glas heeft een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd, waarvan de kosten met behulp van een incidentele subsidie van de provincie Fryslân zijn gefinancierd. Het haalbaarheidsonderzoek is afgerond in juni 2019. Voor de vaststelling van de subsidie is nog aanvullende informatie nodig van DFM op Glas.

De provincie heeft onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van snel internet op scholen. Op basis van de resultaten wordt een plan van aanpak geschreven om te stimuleren dat ook scholen gebruik kunnen maken van een snelle internetverbindingen. De onderzoeken naar de stand van zaken van snel internet op bedrijventerreinen en de Waddeneilanden zijn inmiddels afgerond. Met de uitkomsten van de onderzoeken gaan de gemeenten verder.

Wat heeft het gekost?
Provinciale Staten hebben in hun vergadering van 25 januari 2017 besloten maximaal € 35 mln. vrij te maken voor het verstrekken van de achtergestelde lening. Met de leningsovereenkomst tussen Kabelnoord en de provincie, kan Kabelnoord stapsgewijs aanspraak maken op deze achtergestelde lening tot maximaal € 35 mln. Tot nu toe is er afgerond € 16,8 mln. achtergestelde lening verstrekt door de provincie aan Kabelnoord. Daarnaast staat er nog een bedrag van €3,2 mln. gepland.

Er is in de vergadering van 25 januari 2017 door Provinciale Staten tevens € 5 mln. beschikbaar gesteld voor een regeling voor de duurste aansluitingen in de buitengebieden. Kabelnoord sluit tot nog toe alle adressen in het buitengebied aan onder dezelfde voorwaarden en kosten. Gedeputeerde Staten heeft daarom besloten dat vooralsnog gewacht kan worden met het beschikbaar maken van de financiële middelen voor onrendabele adressen. Provinciale Staten is door middel van een brief (met kenmerk 01620337) op 15 januari 2019 hierover geïnformeerd. We blijven echter goed in de gaten houden of, wanneer en hoe de € 5 mln. voor de onrendabele top in het buitengebied ingezet kunnen worden.

Op 17 juli jl. hebben wij u ook geïnformeerd over ons besluit om een incidentele subsidie te verstrekken aan de coöperatie DFM op Glas voor een onderzoek naar een haalbaarheid van een aanpak en uitrol van glasvezel in grijs gebied[1]. De subsidie wordt gedekt uit het budget ‘uitwerken pilot grijs’. De vaststelling van de beschikking zal in het voorjaar 2020 plaatsvinden. Het budget is bij de 1e Berap in 2018 vrijgemaakt vanuit het budget ‘voorfinanciering versnellingstrajecten’ voor breedband van € 1 mln. Hiervan is nu nog € 800.000 beschikbaar.

De middelen die eerder voor de grijze adressen waren geserveerd (€ 12 mln.), zijn bij het nieuwe bestuursakkoord ingezet voor andere doeleinden. Tot slot is er destijds € 250.000 gereserveerd voor proceskosten tot uitvoering van de aanpak breedband (wit én grijs). Van deze proceskosten is tot nu toe nog ongeveer € 20.000 beschikbaar.

Welke besluiten hebben Provinciale Staten in 2019 genomen?
Er zijn in 2019 geen besluiten door Provinciale Staten genomen.

Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?

  • In het laatste halfjaar van 2018 hebben zich meerdere commerciële partijen gemeld die glasvezelaansluitingen willen realiseren in zowel de buitengebieden, als ook de kernen. De vraagbundeling van deze partijen was succesvol. Dat betekent dat Kabelnoord in vier gemeenten (De Fryske Marren, Weststellingwerf, De Waadhoeke en Súdwest-Fryslân) niet of slechts gedeeltelijk een netwerk zal aanleggen. Dit heeft effect op de in totaal te realiseren glasvezelaansluitingen door Kabelnoord in het buitengebied en de bijbehorende lening vanuit de provincie. De financiële risico’s voor de provincie zijn echter beperkt, omdat de provincie gebiedsgewijs geld vrijmaakt (vergelijkbaar met een bouwdepot). Wij volgen deze ontwikkelingen op de voet.
  • Een aandachtpunt is dat de genoemde € 5 mln. voor de super witte adressen gedekt moet worden uit de rendementen op de lening. Mocht de lening niet volledig worden verstrekt, of eerder op andere wijze gefinancierd worden, dan heeft dit effect op de te behalen rendementen en is er onvoldoende dekking. We houden de prognose voor de rendementen daarom goed in de gaten. Er is echter tot nog toe besloten de middelen niet weg te zetten. Ook hoe de middelen moeten worden weggezet, is nog geen besluit genomen.

[1] Grijze adressen/gebieden = die adressen waar slechts één aanbieder is van een NGA-netwerk (meer dan 30 mb/s)

13. Innovatiecluster Drachten (voorheen technocampus) programma 4 Economie

Het Innovatiecluster Drachten is opgedeeld in vier fasen van twee jaar:

  • fase 1 (2013-2014): eerste aanzet geven voor het realiseren van een volwaardig innovatiecluster in Drachten. Accent ligt op het boeien en binden van personeel.
  • fase 2 (2015-2016): nadruk op doorontwikkeling van fase 1 en het realiseren van twee R&D projecten.
  • fase 3 (2017-2018) en fase 4 (2019-2020): opschalen naar nog meer ecosysteemfuncties, zoals precompetitieve gezamenlijke R&D in samenwerking met regionale onderzoeksinstellingen (UCF, NHL Hogeschool/Stenden, Hanzehogeschool, Windesheim, RUG, UT Twenthe). Zwaartepunt in de vierde fase is gericht op het laten doorgroeien van het cluster naar 20-24 bedrijven

Gewenste resultaten

Beleid

Verwacht je dat eind 2019 de beleidsuitvoering verlopen is volgens de inhoudelijke afspraken in het onderliggende document waarin het beleid is vastgesteld (beleidsnota, etc.)?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Tijd

Verwacht je dat eind 2019 het gewenste resultaat is gerealiseerd? Of, als de einddatum voor de realisatie verder in de tijd ligt: Verwacht je dat je eind 2019 op schema ligt om het gewenste resultaat te realiseren binnen de afgesproken termijn?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Geld

Verwacht je dat geld een belemmerende factor is voor het behalen van het gewenste resultaat? Of verwacht je dat het beschikbare budget toereikend is om in 2019 de gewenste resultaten te realiseren?

  • Geld vormt geen belemmerende factor: er wordt geen onder- of overbesteding verwacht
  • Er is een kans op overschrijding
  • Er is een overschrijding
  Beleid Tijd Geld
13 Innovatiecluster Drachten

Wat wilden we bereiken en wat hebben we bereikt?
Inmiddels werken er bijna 4.000 mensen bij de 21 aangesloten bedrijven. Door het opstarten van de Mechanical Engineering Smart Factory Master Tracks in samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen is er een extra verlenging van de REP subsidieperiode toegekend (vanuit het oorspronkelijke budget) en daarmee zal het ICD tot en met 2022 actief zijn in de volle breedte van haar samenwerkingsprogramma op gebied van Boeien & Binden, Kennis ontwikkelen & – delen, Delen, Spinnen & helpen, Delen en PR. Hiermee is dus een vijfde sprint van 2 jaren toegevoegd binnen de oorspronkelijke begroting.

De gesprekken tussen de provincie met ICD over hun visie op de periode na 2022 loopt goed. Dit zal bepalen waar de volgende jaren op ingezet zal worden. De ambitie van het ICD is het duurzaam organiseren van een levendig en actief ecosysteem op het gebied van High Tech Systems & Materials : de noordelijk invulling van de landelijke topsector HTSM in 2028.

Wat heeft het gekost?
Provinciale Staten hebben voor het project Innovatiecluster Drachten een bijdrage van € 8 mln. beschikbaar gesteld uit de REP-middelen.

  • Voor de eerste fase is er € 192.500,- beschikbaar gesteld.
  • Voor de tweede fase is er € 1.744.255,- beschikbaar gesteld.
  • Voor de derde fase is er van € 2.379.350,- beschikbaar gesteld .
  • Voor de vierde fase is € 3.587.197,- beschikbaar gesteld.

Er is toen ook besloten om een bedrag van € 538.400 beschikbaar te stellen voor de periode 2021-2022. De bijdrage van de provincie is maximaal 25% van de totale projectkosten. De gemeente Smallingerland draagt ook 25% bij, de overige 50% komt van de deelnemende bedrijven. 

Welke besluiten hebben Provinciale Staten in 2019 genomen?
Provinciale Staten hebben in 2019 geen besluiten over het Innovatiecluster Drachten genomen.

Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
Het potentieel risico blijft dat de inzet van de reeds participerende bedrijven zich reduceert, en daarmee ook de financiële inbreng, waardoor de geformuleerde doelstellingen van het project niet worden gehaald. Op dit moment is er echter sprake van groei in aantal deelnemers.

14   Gebiedsontwikkelingsplan Franekeradeel –    Harlingen (programma 5. mienskip)

Gewenste resultaten

Beleid

Verwacht je dat eind 2019 de beleidsuitvoering verlopen is volgens de inhoudelijke afspraken in het onderliggende document waarin het beleid is vastgesteld (beleidsnota, etc.)?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Tijd

Verwacht je dat eind 2019 het gewenste resultaat is gerealiseerd? Of, als de einddatum voor de realisatie verder in de tijd ligt: Verwacht je dat je eind 2019 op schema ligt om het gewenste resultaat te realiseren binnen de afgesproken termijn?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Geld

Verwacht je dat geld een belemmerende factor is voor het behalen van het gewenste resultaat? Of verwacht je dat het beschikbare budget toereikend is om in 2019 de gewenste resultaten te realiseren?

  • Geld vormt geen belemmerende factor: er wordt geen onder- of overbesteding verwacht
  • Er is een kans op overschrijding
  • Er is een overschrijding
  Beleid Tijd Geld
14 Gebiedsontwikkelingsplan Franekeradeel – Harlingen

Welke besluiten hebben Provinciale Staten in 2019 genomen?
Provinciale Staten hebben in 2019 geen besluit over het gebiedsontwikkelingsplan Franekeradeel – Harlingen genomen.

Wat heeft het gekost?
De provincie draagt ongeveer 21,5% bij aan de projectuitgaven. De totale uitgaven van provincie en betrokken partijen vanaf 2014 tot eind 2019 bedragen € 38 mln. Daartoe behoort de aankoop van grond voor ongeveer € 14 mln. voor de wettelijke herverkaveling. De beschikbare budgetten van provincie en partijen zijn toereikend om het plan uit te voeren.

Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
Het nieuwe gemaal in de Mieden is in 2019 niet gerealiseerd, omdat de technische uitwerking stagneerde en de uitvoering nog niet obstakelvrij was. Naar verwachting zal het bestek voor de zomer van 2020 aanbesteed worden en is het gemaal eind 2021 klaar. Dat is later dan verwacht werd, maar past in de totale projectplanning tot 2023. Het bestek voor het waterlopenbestek Herbaijum (kades verhogen, verbreden van vaarten en sloten, aanleggen van stuwen en duikers) is vanwege het stikstofvraagstuk met vertraging van een half jaar begin 2020 gegund. De uitvoering is gestart en loopt door tot eind 2021. De bruggen bij Dongjum en Ried zijn verhoogd en vernieuwd. Daarmee zijn alle vier te verhogen bruggen in het gebied nu klaar. De uitvoering van de verbreding van twee landbouwwegen is in december met vertraging van een half jaar gestart. Ook hier zorgde de stikstofproblematiek voor vertraging. De uitvoering duurt tot eind 2020.
Er is op verzoek en op kosten van Wetterskip Fryslân  een extra bestek voor drie grote inlaten gemaakt. Twee daarvan waren eind 2019 klaar. De werkzaamheden voor aanpassing van riolering bij Tzummarum zijn vrijwel afgerond. De bodemdaling was hiervoor de aanleiding.

De uitwerking van het ontwerp ruilplan (wettelijke herverkaveling) was begin 2019 klaar en lag ter inzage. De ingediende zienswijzen (185) zijn met de betrokkenen besproken en worden in de periode medio 2019- medio 2020 uitgewerkt in een definitief Ruilplan. Doel is de landbouwstructuur te verbeteren, waarbij agrariërs hun gronden dichter bij huis krijgen. Bij de ruilingen moet op goede wijze rekening gehouden worden met landschappelijke waarden. Om dat goed te kunnen doen, hebben de gemeenten Waadhoeke en Harlingen haar landschapsbeleid verduidelijkt. Het inpassen van landschappelijke waarden vergt veel tijd en kan voor vertraging zorgen bij de wettelijke herverkaveling.

Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
De algehele planuitvoering blijft binnen de afgesproken planning (2014-2023) en de kosten blijven binnen de planbegroting. Bij de wettelijke herverkaveling bestaat het risico dat er vanwege het rekening houden met landschappelijke waarden in een aantal situaties onvoldoende oplossingen zijn in de verkaveling. Dat zet het bereiken van een goede verkaveling onder druk en geeft mogelijk vertraging. Bovenstaande maakt dat het wantrouwen bij de betrokkenen in de streek om tot een goede verkaveling te komen in 2019 is toegenomen.

Frisia Zout BV heeft medio 2019 haar zoutwinning bij winput BAS 3Orginal plotseling gestaakt vanwege technische problemen. De bestuurscommissie onderzoekt tot het voorjaar van 2020 de gevolgen van deze stopzetting op de planuitvoering en rapporteert daar dan over. Vooruitlopend op de resultaten van het rapport lijkt er vooralsnog op dat de daling bij de genoemde winput beperkt blijft tot 22 cm. Er was met 30 cm daling gerekend. Metingen moeten uitwijzen of er na stopzetting nadaling plaats zal vinden. Dat wordt nu niet verwacht. Een beperkte daling tot 22 cm leidt niet tot aanpassing van maatregelen en de al uitgevoerde maatregelen volstaan. De kosten van de planuitvoering wijzigen dan niet. Er is bij een daling tot 22 cm wel een risico dat ingestelde peilen iets aangepast moeten worden en dat adviezen over aanleghoogte van toekomstige drainage bijgesteld moeten worden. Het gaat om geringe bijsturing.

15   Uitvoering natuuropgave (programma 3 Omgeving)

Gewenste resultaten

Beleid

Verwacht je dat eind 2019 de beleidsuitvoering verlopen is volgens de inhoudelijke afspraken in het onderliggende document waarin het beleid is vastgesteld (beleidsnota, etc.)?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Tijd

Verwacht je dat eind 2019 het gewenste resultaat is gerealiseerd? Of, als de einddatum voor de realisatie verder in de tijd ligt: Verwacht je dat je eind 2019 op schema ligt om het gewenste resultaat te realiseren binnen de afgesproken termijn?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Geld

Verwacht je dat geld een belemmerende factor is voor het behalen van het gewenste resultaat? Of verwacht je dat het beschikbare budget toereikend is om in 2019 de gewenste resultaten te realiseren?

  • Geld vormt geen belemmerende factor: er wordt geen onder- of overbesteding verwacht
  • Er is een kans op overschrijding
  • Er is een overschrijding
  Beleid Tijd Geld
15 Uitvoering natuuropgave

In 2011 hebben provincies en het Rijk in het Onderhandelingsakkoord Natuur afspraken gemaakt over de decentralisatie van het natuurbeleid. Hiermee zijn wij verantwoordelijk geworden voor de uitvoering van de Natuuropgave.

De decentralisatie is verder uitgewerkt in het Natuurpact. Het Natuurpact is afgesloten voor de periode 2014 – 2027. Wij rapporteren over de uitvoering van het Natuurpact in hoofdstuk 3.1 Natuur. Het betreft daar de verantwoording over het lopende begrotingsjaar. Daarnaast is inzicht nodig in de voortgang van de uitvoering over de gehele looptijd van het Natuurpact, met name voor de natuurontwikkelingsopgave. Om dit inzicht te kunnen bieden, nemen we het Natuurpact op in de paragraaf grote projecten. PS hebben op 10 juli 2019 een besluit genomen over de verdere uitwerking van de scenario’s. De besluitvorming van PS is verwerkt in de begroting 2020.

Welke besluiten hebben Provinciale Staten in 2019 genomen?
PS hebben op 10 juli 2019 besloten om scenario 5b, Natuer mei de Mienskip (binnen bestaand budget) verder uit te werken door het uitvoeren van drie pilots en in 2021 een definitieve scenariokeuze te maken.

Wat heeft het gekost?
Omdat PS ten tijde van het opmaken van de begroting 2019 nog geen keuze hebben gemaakt over een scenario is ook nog geen rapportage over gemaakte kosten daarvan mogelijk. Daarom worden hieronder voorlopig de basisgegevens uit het rapport Natuur in Fryslân – Haalbaar en Betaalbaar gepresenteerd. Dit is onderstaande tabel:

Naar aanleiding van de besluitvorming van 10 juli 2019 is in de begroting 2020 een nieuwe indeling opgenomen van het Natuurpact. Het Natuurpact is nu ingedeeld in programmalijnen, die een beter inzicht geven in de uitvoering van de verschillende onderdelen van het Natuurpact. Hieronder verantwoorden wij de bestedingen in 2019 op basis van deze nieuwe indeling.

* Uitgaande van scenario 5B Natuer mei de Mienskip met uitvoering binnen beschikbare budget

Toelichting realisatie 2019
Uit de bovenstaande tabel blijkt  in de periode 2014-2019 – ongeveer 43% van de totale uitvoeringsperiode – 37 % van de totale programmering is besteed.

  • Van de totale programmering voor programmalijn 1. Ontwikkelopgave (aanleg NatuurNetwerk) is nu 29 % besteed, uitgaande van uitvoering scenario 5b Natuer mei de Mienskip met uitvoering binnen het beschikbare budget. Dat dit achterblijft bij de 43% komt doordat aankopen en projecten binnen de provinciale opgave niet worden gedaan of gestart, in afwachting van de definitieve besluitvorming door PS. En daarnaast leidt de minnelijke inzet nog niet overal tot de aankoop van de benodigde gronden om natuur te realiseren.
  • De beheerplannen Natura2000 zijn merendeels in 2016 vastgesteld. Daardoor is ook de uitvoering later op gang gekomen. De inschatting is dat deze binnen de beheerplanperiode grotendeels worden uitgevoerd. Dat betekent dus dat in de komende periode relatief gezien hogere bestedingen te verwachten zijn dan in de afgelopen periode.
  • In 2019 zijn relatief veel bestedingen gedaan voor programmalijn 3 Natuurbeheer en programmalijn 4 Agrarisch Natuurbeheer. Dat komt doordat zowel de daadwerkelijk betalingen over beheerjaar 2018 als de lasten over het beheerjaar 2019 die in 2020 daadwerkelijk tot uitbetaling komen, ten laste van 2019 zijn gebracht.
  • De bestedingen op het Overige soortenbeleid lopen (ver) achter ten opzichte van de gerealiseerde programmaperiode. Op dit onderdeel is in de afgelopen periode beperkt inzet gepleegd, en zal vanaf 2020 meer aandacht krijgen.

Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
PS hebben op 10 juli 2019 besloten de vernieuwende aanpak van het natuurbeleid van “Natuer mei de Mienskip” (NmdM) te toetsen in een pilotperiode van 2 jaar door in samenwerking met de negen partners van NmdM drie pilots uit te voeren. Vanaf dat moment is er gewerkt aan het inrichten van een organisatie van deze tien partijen om deze pilots uit te voeren. De organisatie is in de steigers gezet, er is een begin gemaakt met een leertraject in samenwerking met het ministerie van BZK, er zijn twee voorverkenning uitgevoerd voor twee potentiële pilotgebieden en de pilot voor Burgumer mar en De Leijen is gestart.

Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
In het rapport Natuur in Fryslân Haalbaar en betaalbaar is een aantal risico’s benoemd. De risico’s zijn (mede) afhankelijk van het gekozen scenario. Hieronder is aangegeven of de keuze voor verdere uitwerking van scenario 5b gevolgen heeft voor de benoemde risico’s, ervan uitgaande dat ook bij verdere uitwerking scenario 5b uitvoerbaar blijkt te zijn..

Dit is een nieuw risico. Scenario 5b vergt nog verdere uitwerking, er zijn nog vragen over de concrete uitvoerbaarheid, de tools en de governance. Daarom zullen er drie pilots uitgevoerd worden. Het risico bestaat dat scenario 5b toch niet uitvoerbaar zal blijken. PS hebben besloten om in dat geval scenario 3+ als terugvaloptie te kiezen.

Als belangrijkste risico’s waren benoemd:

  • Tempo grondverwerving te laag – Ongewijzigd
    Indien het tempo van vrijwillige grondverwerving te laag is zullen de doelen voor de ontwikkelopgave en daarmee de KaderRichtlijn Water (KRW) en Natura 2000 niet worden gehaald. Als maatregel kan, op termijn, worden gekozen om het instrument onteigening in te zetten. Daarvoor is een besluit van PS nodig. Een voorstel hiervoor is inmiddels opgenomen in de Nota grondbeleid 2020 die inmiddels aan PS is aangeboden. Dit brengt wel hogere kosten met zich mee wat op zichzelf weer een negatief effect heeft op het aantal ha’s dat kan worden gerealiseerd met het budget.
  • Bijdrage terreinbeheerders bij inrichting naar 15% wordt niet gehaald – Vervalt bij scenario 5B
    Bij het Natuurpact is met de manifestpartijen afgesproken dat zij een substantiële bijdrage zullen leveren aan de inrichting van nieuwe natuur. Hier wordt al rekening mee gehouden in het uitvoeringsprogramma. Mocht deze bijdrage niet (volledig) worden gehaald dan zal het aantal te verwerven en in te richten hectares verder teruggebracht moeten worden.
  • Tempo van doorlevering van ingerichte natuurgrond te laag – Ongewijzigd
    Als het niet lukt om door de provincie verworven en als natuur ingerichte gronden door te verkopen aan een eindbeheerder heeft dit twee gevolgen: Ten eerste heeft de provincie dan kosten voor het beheer maar ze kan zichzelf geen beheersubsidie toekennen. Als beheersmaatregel kunnen de beheerkosten dan worden gefinancierd uit het budget voor de ontwikkelopgave. Ten tweede loopt het Investeringskrediet Grond (IKG) dan vol waardoor er geen ruimte meer is om nieuwe gronden te verwerven. Overigens zal dit punt minder spelen nu de waarderingssystematiek voor de met behulp van het IKG Natuur aangekochte gronden, bij het opstellen van de jaarrekening 2019 gelijk is getrokken met de reguliere waarderingssystematiek; Dit houdt in dat de afwaardering plaatsvindt op het moment van besluitvorming over de inrichting van de gronden waarbij de functieverandering definitief wordt.
    Als beheersmaatregelen kan extra inspanning gezet worden op de verkoop van ingerichte natuurgronden en/of verkoop van ruilgrond en/of het plafond van het IKG kan worden verhoogd. Dat laatste is echter een tijdelijke oplossing indien het tempo van doorlevering te laag is. Het IKG zal dan opnieuw vol raken.
  • Er komen niet (tijdig) genoeg geschikte projecten uit de mienskip (alleen scenario 3)Vervalt bij scenario 5b
    In dat geval kan de provincie besluiten om deze middelen aan te wenden voor de realisatie van extra ha’s natuur binnen het NNN om zo aan haar inspanningsverplichting uit het Natuurpact te voldoen.
  • In het scenario Verzilveren Natuurlijk Kapitaal geen middelen voor initiatieven vanuit de mienskip – Vervalt bij scenario 5b
    Dit kan optreden indien de risicoreservering binnen de programmering blijkt te moeten worden ingezet en niet jaarlijks (deels) beschikbaar komt voor initiatieven uit de mienskip. Als onderdeel van de verdere uitwerking van dit scenario moet worden onderzocht of er binnen het programmabudget natuur middelen kunnen worden vrijgemaakt voor een vaste post onvoorzien zodat de uitvoering van de maatschappelijke initiatieven minder of geen risico loopt.
  • Onzekerheid over het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) na 2021 – ongewijzigd Het is nog niet duidelijk hoe het ANLb er na de eerste beheerperiode (loopt t/m 2021) uit zal komen te zien. De lidstaten zijn hierbij onder andere afhankelijk van nieuw Europees landbouwbeleid. Wanneer de 75% cofinanciering uit Europa weg zou vallen, dan betekent dit veel minder beschikbare middelen voor ANLb en dus minder beheermaatregelen en een flinke aderlating voor de zeven agrarische collectieven.
  • Geen geld voor personele capaciteit na 2020 – Vervalt bij scenario 5b
    De provincie heeft geld beschikbaar voor extra personele capaciteit voor het realiseren van de natuuropgave in de periode 2014-2019. De verdere personele inzet vindt plaats vanuit het organisatiebrede capaciteitsbudget. De impact op de uitvoering van provinciale taken is mede afhankelijk van het gekozen scenario.

16   Breed cofinancieringsbudget

Gewenste resultaten

Beleid

Verwacht je dat eind 2019 de beleidsuitvoering verlopen is volgens de inhoudelijke afspraken in het onderliggende document waarin het beleid is vastgesteld (beleidsnota, etc.)?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Tijd

Verwacht je dat eind 2019 het gewenste resultaat is gerealiseerd? Of, als de einddatum voor de realisatie verder in de tijd ligt: Verwacht je dat je eind 2019 op schema ligt om het gewenste resultaat te realiseren binnen de afgesproken termijn?

  • Ja, dit gaat zeker lukken
  • Niet zeker of dit gaat lukken
  • Nee, dit gaat niet lukken

Geld

Verwacht je dat geld een belemmerende factor is voor het behalen van het gewenste resultaat? Of verwacht je dat het beschikbare budget toereikend is om in 2019 de gewenste resultaten te realiseren?

  • Geld vormt geen belemmerende factor: er wordt geen onder- of overbesteding verwacht
  • Er is een kans op overschrijding
  • Er is een overschrijding
  Beleid Tijd Geld
16 Breed cofinancieringsbudget

In 2018 hebben de Staten ingestemd met het instellen van een reserve breed cofinancieringsbudget. Met dit breed cofinancieringsbudget is meer flexibiliteit in de begroting gecreëerd.

Hierbij is de volgende werkwijze afgesproken:

  • Het betreft cofinancieringen van specifieke (Europese) programma’s die door de Staten expliciet benoemd zijn/worden.
  • Het breed cofinancieringsbudget is als GS voorwaardelijk budget opgenomen in het begrotingsprogramma algemene dekkingsmiddelen.
  • Op basis van concrete projecten worden de middelen via een GS besluit overgeheveld naar de betreffende inhoudelijke begrotingsprogramma’s waar ook de verantwoording plaats vindt.
  • Er is een bestemmingsreserve ‘breed cofinancieringsbudget’ ingesteld waarbij de vorming en beschikking over de reserve bij de jaarovergang door het college kan worden uitgevoerd op dezelfde manier als dit voor de tijdelijke budgetten gebeurt. Hiermee blijft gewaarborgd dat de cofinancieringsmiddelen beschikbaar blijven voor de gehele looptijd van de programma’s. Deze looptijd zal overigens per programma verschillend zijn.
  • De programma’s mogen tot maximaal 10% over gecommitteerd worden waarbij er rekening mee moet worden gehouden dat de hoogte van het percentage afhankelijk is van de potentiële lagere vaststelling bij projecten die in uitvoering zijn.
  • Het risico van een benodigde hogere cofinancieringsbijdrage vanuit de provincie bij vaststelling van de subsidie door de (Europese) partner moet opgevangen worden binnen het breed cofinancieringsbudget.

PS besluiten

  • Op 31 oktober 2018 hebben Provinciale Staten de notitie vereenvoudiging financieel beleid vastgesteld. Onderdeel hiervan vormde het instellen van een breed co-financieringsbudget.
  • Op 26 juni 2019 hebben Provinciale Staten het bestuursakkoord 2019-2023 vastgesteld waarin extra middelen voor het breed cofinancieringsbudget waren opgenomen.

Financiële stand van zaken

Opbouw reserve breed cofinancieringsbudget

  • Bedragen x € 1.000,-
  • Europese programma’s:
  • Efro-ez/Interreg/Waddenfonds
  • POP3
  • Totaal
  • Stand per 1-1-2019
  • 5.562
  • 9.843
  • 15.405
  • Stand per 31-12-2019
  • 10.408
  • 16.840
  • 27.248

Toelichting:

De co-financieringsbijdrage is in de meerjarenbegroting opgenomen. Wanneer deze in het jaar zelf niet tot besteding komt, dan vloeien de restant middelen naar de reserve. Voor een deel zal dit al belegd zijn met verplichtingen voor projecten/maatregelen die nog in uitvoering zijn. Aan het eind van dit onderdeel is een overzicht opgenomen van de co-financieringsmiddelen die nog inzetbaar zijn in deze collegeperiode.

Voor de rapportage van het aantal projecten en de bijbehorende kosten en bijdrage-verdeling maken wij onderscheid tussen de vorige en huidige collegeperiode. Dit doen wij omdat in het bestuursakkoord het volgende resultaat is opgenomen:

Resultaat 59: we halen minimaal 130 mln. aan Europese middelen binnen die bijdragen aan de brede Friese welvaart.”
Voor de monitoring daarvan is het gewenst om in deze paragraaf dat onderscheid aan te brengen waarmee we niet helemaal meer aansluiten bij de Europese programmaperiode die loopt van 2014-2020.

Projecten collegeperiode 2015-2019

EFRO-EZ/Interreg/Overig
Hieronder is een overzicht gegeven van de projecten die gestart zijn in de vorige collegeperiode (voor 1-8-2019) en die op 1 januari 2019 nog niet waren vastgesteld door Europa. In het overzicht zijn de totale kosten opgenomen en de bijdrageverdeling daarvan. Hierbij wordt opgemerkt dat een aantal projecten voor het gehele noorden zijn en dat niet de gehele bijdrage van de EU in onze provincie terecht komt. De bijdrage die wij ontvangen is daarom apart weergegeven.

  • Europees programma - bedragen x € 1.000,-
  • Programma 2007-2013
  • EFRO-EZ
  • Creative Europe
  • Programma 2014-2020
  • EFRO-EZ
  • Interreg VA
  • Interreg North Sea
  • Interreg Europa
  • Horizon 2020
  • Creative Europe
  • Erasmus +
  • Overige EU fondsen
  • Overig
  • Fryslân fernijt (restant)
  • SNN regeling KEI
  • SNN regeling MIT
  • SNN regeling VIA
  • Totaal EU programma’s
  • Aantal
  • 1
  • 1
  • 27
  • 24
  • 7
  • 9
  • 9
  • 1
  • 4
  • 12
  • 1
  • 96
  • Project omvang
  • 36.100
  • 206
  • 37.222
  • 124.080
  • 64.298
  • 14.464
  • 27.059
  • 639
  • 2.305
  • 9.610
  • 10
  • 4.500
  • 6.000
  • 13.500
  • 339.993
  • Europese subsidie
  • 8.758
  • 103
  • 13.532
  • 60.406
  • 31.547
  • 12.295
  • 26.934
  • 383
  • 2.060
  • 4.860
  • 0
  • 4.500
  • 3.000
  • 13.500
  • 181.877
  • Europese subsidie Fryslân
  • 8.758
  • 103
  • 8.122
  • 6.274
  • 2.875
  • 2.087
  • 6.971
  • 55
  • 983
  • 1.502
  • 0
  • 1.500
  • 1.250
  • 4.500
  • 44.981
  • Cofinanciering Provincie
  • 3.754
  • 103
  • 2.733
  • 1.435
  • 1.546
  • 268
  • 0
  • 37
  • 39
  • 243
  • 10
  • 0
  • 1.250
  • 0
  • 11.417
  • Regionale opbrengst Fryslân
  • 12.512
  • 206
  • 22.235
  • 11.641
  • 6.477
  • 2.456
  • 6.988
  • 92
  • 1.228
  • 2.082
  • 10
  • 1.500
  • 2.500
  • 4.500
  • 74.426

POP3
Het Europees Fonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) maakt sinds 2000 deel uit van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. De Europese Commissie heeft op 16 februari 2015 het nationaal plan van Nederland voor het POP3-programma goedgekeurd. Het programma is gemaakt in een samenwerking van het Ministerie van Economische zaken, de 12 provincies en landbouw- en natuurorganisaties. POP3 richt zich op 5 thema’s:

  • versterken van innovatie, verduurzaming en concurrentiekracht
  • jonge boeren
  • natuur en landschap
  • verbetering van waterkwaliteit
  • LEADER (versterken landelijk gebied)

De provincies bepalen zelf op welke thema’s ze de nadruk leggen.

In onderstaand overzicht zijn de maatregelen uit het lopende POP3 programma aangegeven die gestart zijn in de vorige collegeperiode en die nog niet zijn vastgesteld per 1 januari 2019. In het overzicht zijn de totale kosten en de bijdrageverdeling opgenomen. De uitvoering van deze maatregelen vindt de komende jaren nog plaats.

  • Bedragen x € 1.000,-
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5a
  • 5b
  • 6a
  • 6b
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10a
  • 10b
  • 10c
  • POP3 Maatregel
  • Trainingen, workshops
  • Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering landbouwbedrijven
  • Jonge landbouwers
  • Proceskosten kavelruil
  • Niet productieve investeringen biodiversiteit
  • Niet productieve investeringen PAS *
  • Niet productieve investeringen water
  • Niet productieve investeringen water internationale doelen
  • Samenwerking voor innovaties
  • Samenwerking in het kader van EIP
  • Leader
  • ANLB *
  • ANLB blauwe diensten
  • Behoude akker- en weidevogels
  • Overgangsmaatregelen POP2
  • Uitvoeringskosten
  • Totaal POP3
  • Totale kosten
  • 3.255
  • 4.140
  • 2.527
  • 1.750
  • 4.265
  • 5.957
  • 20.357
  • 13.102
  • 3.509
  • 1.392
  • 5.315
  • 96.955
  • 2.900
  • 2.288
  • 6.054
  • 9.000
  • 182.765
  • Bijdrage EU
  • 1.628
  • 2.070
  • 1.264
  • 875
  • 2.133
  • 2.978
  • 10.178
  • 13.102
  • 1.754
  • 696
  • 2.657
  • 62.567
  • 1.450
  • 2.288
  • 6.054
  • 744
  • 112.438
  • Cofinanciering Provincie
  • 1.628
  • 2.070
  • 1.264
  • 875
  • 2.133
  • 2.978
  • 0
  • 0
  • 1.754
  • 696
  • 2.623
  • 34.388
  • 0
  • 0
  • 0
  • 8.256
  • 58.665
  • Bijdrage Overig
  • 0
  • 0
  • 0
  • 0
  • 0
  • 0
  • 10.178
  • 0
  • 0
  • 0
  • 34
  • 0
  • 1.450
  • 0
  • 0
  • 0
  • 11.663
* De provinciale cofinancieringsbijdrage bij deze maatregelen komt vanuit de natuurpactgelden.

Waddenfonds
Naast de cofinanciering van Europese programma’s levert de provincie ook een cofinancieringsbijdrage aan door het Waddenfonds gesubsidieerde programma’s en projecten. Eind 2016 hebben Provinciale Staten van de drie Waddenprovincies het Investeringskader Waddengebied 2016 – 2026 vastgesteld. Doel is om via dat  Investeringskader robuuste meerjarige programma’s en projecten voor de versterking van de economie en ecologie van het Waddengebied van de grond te krijgen en succesvol te realiseren. Het investeringskader Waddengebied richt zich daarbij op 6 majeure opgaven, waarvoor verwezen wordt naar  www.investeringskaderwaddengebied.nl

Sindsdien betreft de provinciale cofinanciering van met Waddenfondsmiddelen gesubsidieerde programma’s en projecten twee (in plaats van één) categorieën. Ten eerste de gebruikelijke cofinanciering van projecten die via de (reguliere) Waddenfondstenders lopen en ten tweede de cofinanciering van robuuste meerjarige programma’s en projecten die invulling geven aan het Investeringskader Waddengebied.

Ter realisering van de doelen van het Investeringskader Waddengebied is in 2019 een cofinancieringsbijdrage verstrekt aan Vermarkten Werelderfgoed en aan Waddenmozaïek, een robuust en meerjarige programma voor het doen van pilots gericht op het herstel van de habitatdiversiteit in de Waddenzee. Vanaf 2020 is een interprovinciale programmamanager verantwoordelijk voor de realisatie van het Investeringskader. Deze wordt hiertoe bijgestaan door zes interprovinciale opgaveteams, waarin tevens adviseurs vanuit het Waddenfonds participeren. Deze opgaveteams hebben in 2019 diverse programma’s en projecten doorgeleid naar het Waddenfonds, waarvoor het komende jaar provinciale cofinancieringsbijdragen wordt verstrekt.

In onderstaand overzicht staat de totale cofinanciering vanuit de provincie Fryslân van met Waddenfonds middelen gesubsidieerde programma’s en projecten die gestart zijn in de vorige coalitieperiode en nog niet zijn vastgesteld voor 1 januari 2019.

  • Bedragen x €1.000,-
  • Waddenfonds tenders
  • Investeringskader waddengebied
  • Totaal waddenfonds
  • Aantal
  • 24
  • 2
  • 26
  • Totale kosten
  • 52.236
  • 8.573
  • 60.809
  • Bijdrage Waddenfonds
  • 29.751
  • 5.252
  • 35.003
  • Cofinanciering Provincie
  • 13.903
  • 785
  • 14.688
  • Bijdrage Overig
  • 6.652
  • 2.536
  • 9.188

Bestuursakkoord 2019-2023

Het Bestuursakkoord gaat uit van het centrale begrip ‘brede welvaart’ en kiest voor intensivering van de Friese inzet op Europa. Het binnenhalen van meer Europese middelen in deze collegeperiode is de meest tastbare vertaling van deze grotere inzet.

De intensivering van de inzet op Europa heeft een tweeledige achtergrond:

  • Inhoudelijk: meer aanhaken bij Europese ambities stelt Fryslân beter in staat de eigen doelen te realiseren. We verbreden onze horizon, worden erop gevergd onze doelen scherper te formuleren, meer samen te werken met andere regio’s in Europa en bij te dragen aan Europese doelstellingen. Projecten die een beroep kunnen doen op Europese middelen, opereren steevast in een omgeving van internationale concurrentie en worden beoordeeld op excellentie. We worden hierdoor voortdurend uitgedaagd het beste uit onszelf te halen
  • Financieel: door de krimpende provinciale begroting wordt het binnenhalen van meer Europese middelen steeds urgenter.

We willen dit realiseren via:

  • Door gericht uit te blinken in Friese sterke punten als Watertechnologie, Circulaire Economie, de Maritieme sector en Natuurinclusieve Landbouw – waar Fryslân goed in is en echt iets kan bijdragen aan de Europese ambities – willen we ook een groter beroep doen op Europese middelen. Op basis daarvan ontwikkelen we projecten rondom deze onderwerpen en halen daarmee extra Europese middelen naar Fryslân.”
  • Onze belangrijkste partner buiten de landsgrenzen is de Europese Unie zelf. We stellen ons de komende jaren als een open partner op tegenover Europa en stoppen meer menskracht en tijd in de verbinding met Europa. Daarbij blijven wel altijd onze eigen Friese doelen uitgangspunt. Op veel terreinen dragen we daarmee ook bij aan de doelen van Europa.

In het bestuursakkoord is het volgende resultaat benoemd:
Resultaat 59: we halen minimaal 130 mln. aan Europese middelen binnen die bijdragen aan de brede Friese welvaart.”

Projecten collegeperiode 2019-2023

Hieronder is een overzicht gegeven van de projecten gestart na 1 augustus 2019 per Europees programma met daarbij de totale kosten en de bijdrageverdeling daarvan. Hierbij wordt opgemerkt dat een aantal projecten voor het gehele noorden zijn en dat niet de gehele bijdrage van de EU in onze provincie terecht komt. De bijdrage die wij ontvangen is daarom apart weergegeven.

  • Europees programma - bedragen x €1.000,-
  • Programma 2014-2020
  • EFRO-EZ
  • Interreg VA
  • Interreg Europe
  • Horizon 2020
  • Totaal EU programma’s
  • Aantal
  • 3
  • 4
  • 2
  • 1
  • 10
  • Project omvang
  • 3.914
  • 3.125
  • 1.292
  • 1.100
  • 9.431
  • Europese subsidie
  • 841
  • 1.229
  • 180
  • 392
  • 2.642
  • Europese subsidie Fryslân
  • 360
  • 1.229
  • 180
  • 392
  • 2.162
  • Cofinanciering Provincie
  • 129
  • 165
  • 54
  • 93
  • 441
  • Regionale opbrengst Fryslân
  • 1.571
  • 1.395
  • 234
  • 485
  • 3.685

POP3
Het huidige POP3 programma loopt nog door t/m 2020. In onderstaand overzicht zijn de maatregelen uit het lopende POP3 programma aangegeven die gestart zijn na 1 augustus 2019 inclusief de totale kosten en de bijdrageverdeling. De uitvoering van deze maatregelen vindt de komende jaren nog plaats.

  • Bedragen x € 1.000,-
  • 3
  • 6
  • 10a
  • POP3 Maatregel
  • Jonge landbouwers
  • Niet productieve investeringen water
  • ANLB *
  • Totaal POP3
  • Totale kosten
  • 1.080
  • 1.500
  • 990
  • 3.570
  • Bijdrage EU
  • 540
  • 750
  • 743
  • 2.033
  • Cofinanciering Provincie
  • 540
  • 0
  • 248
  • 788
  • Bijdrage Overig
  • 0
  • 750
  • 0
  • 750
* De provinciale cofinancieringsbijdrage bij deze maatregelen komt vanuit de natuurpactgelden.

Waddenfonds
Het brede cofinancieringsbudget is tevens bedoeld voor provinciale cofinanciering (subsidies) voor de regeling Cofinanciering Waddenfonds Fryslân. (zie tevens eerdere toelichting in deze paragraaf).

Het overzicht van de lopende projecten die gestart zijn na 1 augustus 2019 is hieronder weergegeven met ook hierbij de totale kosten en de bijdrageverdeling.

  • Bedragen x €1.000,-
  • Waddenfonds tenders
  • Totaal waddenfonds
  • Aantal
  • 1
  • 1
  • Totale kosten
  • 878
  • 878
  • Bijdrage Waddenfonds
  • 500
  • 500
  • Cofinanciering Provincie
  • 130
  • 130
  • Bijdrage Overig
  • 248
  • 248

Inzetbaar deel cofinancieringsbudget

De volgende provinciale cofinancieringsmiddelen zijn per 31 december 2019 nog beschikbaar voor de projecten die in deze collegeperiode starten:

  • Programma - bedragen x € 1.000,-
  • Europese programma’s waaronder Efro-EZ/Interreg
  • GLB-NSP (POP4)
  • Investeringskader Waddengebied/Waddenfonds
  • Totaal beschikbaar
  • Cofinancieringsbudget
  • 4.002
  • 16.000
  • 14.000
  • 34.002
Print deze pagina